Artikel 8:529 BW – Verzekeringsplicht vervoerder bij personenvervoer over zee
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 8. Verkeersmiddelen en vervoer › Titel 5. Exploitatie › Afdeling 3. Overeenkomst van personenvervoer over zee · niet-officieel opschrift
1De vervoerder die feitelijk geheel of gedeeltelijk passagiers vervoert aan boord van een in Nederland te boek staand schip dat vergunning heeft voor het vervoeren van meer dan twaalf reizigers, is verplicht een verzekering of andere financiële zekerheid, zoals een bankgarantie, in stand te houden ter dekking van de uit deze afdeling voortvloeiende aansprakelijkheid voor schade door dood of letsel van een reiziger. Het minimumbedrag van deze verplichte verzekering of andere financiële zekerheid beloopt ten minste het in artikel 4bis, eerste lid, van het Verdrag genoemde bedrag, behoudens wijziging door de bijzondere amenderingsprocedure voorzien in artikel 23 van het Protocol, per reiziger per incident.
2De vervoerder die feitelijk geheel of gedeeltelijk passagiers vervoert aan boord van een in Nederland te boek staand schip dat vergunning heeft voor het vervoeren van meer dan twaalf passagiers, is verplicht een verzekering of andere financiële zekerheid, zoals een bankgarantie, in stand te houden ter dekking van de uit deze afdeling voortvloeiende aansprakelijkheid voor schade door dood of letsel van een reiziger ten gevolge van een van de risico’s die zijn genoemd in punt 2.2 van de IMO richtsnoeren. Het minimumbedrag van deze verplichte verzekering of andere financiële zekerheid beloopt ten minste het laagste van de volgende bedragen:
– 250 000 rekeneenheden per passagier, per afzonderlijk incident, of
– 340 miljoen rekeneenheden in totaal per schip, per afzonderlijk incident.
3De vervoerder die feitelijk geheel of gedeeltelijk passagiers vervoert aan boord van een schip dat vergunning heeft voor het vervoeren van meer dan twaalf reizigers en dat te boek staat buiten Nederland of een andere vlag voert dan de vlag van het Koninkrijk op grond van voor Nederland geldende rechtsregels, is verplicht om, indien het schip een haven of laad- of losplaats in Nederland aanloopt of verlaat, of een Nederlands binnenwater bevaart, een verzekering of andere financiële zekerheid, zoals een bankgarantie, in stand te houden ter dekking van de uit deze afdeling voortvloeiende aansprakelijkheid voor schade door dood of letsel van een reiziger. Het minimumbedrag van deze verplichte verzekering of andere financiële zekerheid beloopt ten minste het in artikel 4bis, eerste lid, van het Verdrag genoemde bedrag, behoudens wijziging door de bijzondere amenderingsprocedure voorzien in artikel 23 van het Protocol, per reiziger per incident.
4De vervoerder die feitelijk geheel of gedeeltelijk passagiers vervoert aan boord van een schip dat vergunning heeft voor het vervoeren van meer dan twaalf passagiers en dat te boek staat buiten Nederland of een andere vlag voert dan de vlag van het Koninkrijk op grond van voor Nederland geldende rechtsregels, is verplicht om, indien het schip een haven of laad- of losplaats in Nederland aanloopt of verlaat, of een Nederlands binnenwater bevaart, een verzekering of andere financiële zekerheid, zoals een bankgarantie, in stand te houden ter dekking van de uit deze afdeling voortvloeiende aansprakelijkheid voor schade door dood of letsel van een reiziger ten gevolge van een van de risico’s die zijn genoemd in punt 2.2 van de IMO richtsnoeren. Het minimumbedrag van deze verplichte verzekering of andere financiële zekerheid beloopt ten minste het laagste van de volgende bedragen:
– 250 000 rekeneenheden per passagier, per afzonderlijk incident, of
– 340 miljoen rekeneenheden in totaal per schip, per afzonderlijk incident.
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
4
- Artikel 8:500aToepassingsgebied van de afdeling
- Artikel 8:529aEisen aan de overeenkomst van financiële zekerheid
- Artikel 8:529bRechtstreekse vordering tegen verzekeraar
- Artikel 8:529cAfgifte van certificaat financiële zekerheid
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 8:517
- Artikel 8:518
- Artikel 8:519
- Artikel 8:520Nietigheid van bedingen tot vermindering van aansprakelijkheid
- Artikel 8:521Schadevergoeding bagage en letsel reiziger
- Artikel 8:522Schadevergoeding bij niet tijdige aanwezigheid reiziger
- Artikel 8:523Aansprakelijkheid voor ontbrekende documenten
- Artikel 8:524Opzegging wegens onvoorziene omstandigheden
- Artikel 8:525Opzegging van de overeenkomst van personenvervoer over zee
- Artikel 8:526Beëindiging van overeenkomst bij te late terugkeer reiziger
- Artikel 8:527Opzegging door wederpartij van vervoerder
- Artikel 8:528Vermelding van naam en woonplaats in vervoerdocument
- Artikel 8:529aEisen aan de overeenkomst van financiële zekerheid
- Artikel 8:529bRechtstreekse vordering tegen verzekeraar
- Artikel 8:529cAfgifte van certificaat financiële zekerheid
- Artikel 8:529dBestemming van financiële zekerheid
- Artikel 8:529eAfwijzing van verzoek tot financiële zekerheid
- Artikel 8:529fMededeling van wijzigingen in financiële zekerheid
- Artikel 8:529gIntrekking van het certificaat
- Artikel 8:529hInlevering van het certificaat
- Artikel 8:529iKennisgeving van certificaten aan Kadaster
- Artikel 8:529jVergoeding voor certificaten
- Artikel 8:529kBevoegde rechtbank voor beroepen