Artikel 8:558 BW – Leiding bij hulpverlening
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 8. Verkeersmiddelen en vervoer › Titel 6. Ongevallen › Afdeling 2. Hulpverlening · niet-officieel opschrift
1Het verlenen van hulp aan een schip, aan zich aan boord daarvan bevindende zaken of aan van een schip afkomstige driftige, aangespoelde of gezonken zaken staat onder leiding van de kapitein en, wanneer er geen kapitein is of deze niet optreedt, onder leiding van de rechthebbende op het schip of de zaak.
2Bij stranding of aanspoeling aan of op het vaste zeestrand berust de leiding, wanneer kapitein noch rechthebbende optreedt, bij de strandvonder.
3Indien het noodzakelijk is onverwijld maatregelen te treffen, geldt het in dit artikel bepaalde niet, totdat de kapitein, de rechthebbende of de strandvonder de leiding op zich heeft genomen.
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 8:550Voorbehoud van de Astronautenovereenkomst
- Artikel 8:551Begripsbepalingen hulpverlening
- Artikel 8:552
- Artikel 8:553Uitsluiting van toepasselijkheid bij bepaalde hulpverlening
- Artikel 8:554Toepasselijkheid op oorlogsschepen en overheidsschepen
- Artikel 8:555Hulpverlening aan zaken en door schepen
- Artikel 8:556Vernietiging of wijziging van hulpverleningsovereenkomst
- Artikel 8:557Verbod tot hulpverlening
- Artikel 8:559Terugkeer kapitein en afgifte geredde zaken
- Artikel 8:560Verplichtingen van hulpverlener en belanghebbenden
- Artikel 8:561Recht op hulploon
- Artikel 8:562Aansprakelijkheid bij hulpverlening
- Artikel 8:563Vaststelling van het hulploon
- Artikel 8:564Bijzondere vergoeding bij milieuschade
- Artikel 8:565Hulploon bij redding van mensenlevens
- Artikel 8:566Gerechtigden tot hulploon
- Artikel 8:567Afstand van aandeel in hulploon
- Artikel 8:568Uitsluiting en vermindering van betaling voor hulpverlening
- Artikel 8:569Vaststelling van hulploon
- Artikel 8:570Verdeling van hulploon en vergoeding