Artikel 8:834 BW – Onderlinge rangorde van voorrechten op binnenschepen
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 8. Verkeersmiddelen en vervoer › Titel 8. Het binnenschip en de zaken aan boord daarvan › Afdeling 5. Voorrechten op zaken aan boord van binnenschepen · niet-officieel opschrift
1De vorderingen ter zake van hulpverlening of bijdrage in avarij-grosse, die bevoorrecht zijn op grond van artikel 211 , artikel 222 eerste lid , artikel 821 of artikel 832 eerste lid , nemen onderling rang naar de omgekeerde volgorde van de tijdstippen, waarop zij ontstonden.
2De bevoorrechte vorderingen in het tweede lid van artikel 832 vermeld staan in rang gelijk.
3De in artikel 284 van Boek 3 genoemde vordering neemt rang na de in de vorige leden genoemde vorderingen, ongeacht wanneer die vorderingen zijn ontstaan.
4In rang gelijkstaande vorderingen worden ponds-pondsgewijs betaald.
Verwijzingen in dit artikel
4
- Artikel 8:211Voorrechten op zeeschepen
- Artikel 8:222Voorrechten op zaken aan boord
- Artikel 8:821Voorrechten op binnenschip
- Artikel 8:832Voorrechten op zaken aan boord van binnenschepen
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 8:830Voorbehoud van titel 15
- Artikel 8:831Voorrang van uitwinningskosten bij binnenschepen
- Artikel 8:832Voorrechten op zaken aan boord van binnenschepen
- Artikel 8:833Voorrecht op renten en kosten
- Artikel 8:835Omvang voorrechten op zaken aan boord van binnenschepen
- Artikel 8:836Voorrecht op zaken aan boord ongeacht eigenaar
- Artikel 8:837Teniet gaan van voorrechten op zaken
- Artikel 8:838Termijn voor uitoefening van het voorrecht van leveranciers