Artikel 8:997 BW – Aanvang en verhindering van de reis
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 8. Verkeersmiddelen en vervoer › Titel 10. Exploitatie › Afdeling 4. Enige bijzondere overeenkomsten · niet-officieel opschrift
1Indien de bevrachter het schip wenst te laten varen is de vervrachter verplicht uiterlijk op de eerste werkdag volgende op die, waarop hij daarvan kennisgeving heeft ontvangen, de reis aan te vangen. Wordt hij in de aanvaarding van de reis door de bevrachter opgehouden, dan is deze verplicht hem op de voet van artikel 932 schade te vergoeden.
2Kan de reis door omstandigheden, die de vervrachter niet toe te rekenen zijn en die reeds bestonden ten tijde van de opdracht tot varen, niet worden aangevangen of vervolgd, dan blijft, zolang de verhindering duurt, de ligprijs verschuldigd.
Verwijzingen in dit artikel
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 8:990Rompbevrachting op binnenwateren
- Artikel 8:991Overeenkomst tot terbeschikkingstelling van een schip
- Artikel 8:992
- Artikel 8:993Opzegging van de ligovereenkomst
- Artikel 8:994Overeenkomst voor liggen en varen
- Artikel 8:995Gedeeltelijke lossing door bevrachter
- Artikel 8:996Beëindiging van de ligtijd
- Artikel 8:998Gecombineerde terbeschikkingstelling ter zee en op binnenwateren