Artikel 108 Rv – Overeenkomst tot aanwijzing van bevoegde rechter
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Partijen kunnen in een overeenkomst een rechter aanwijzen voor geschillen over een rechtsbetrekking waarover zij vrij mogen beschikken; die rechter is dan exclusief bevoegd, tenzij de overeenkomst anders bepaalt. Bij vorderingen van ten hoogste €25.000, individuele arbeidsovereenkomsten of zaken als bedoeld in artikel 101 of 103 tweede zin, heeft zo'n aanwijzing geen gevolg, tenzij zij na het ontstaan van het geschil is gesloten of de werknemer, de niet-professionele partij of de huurder zelf naar de aangewezen rechter stapt. De aanwijzing wordt bewezen door een geschrift, ook via aanvaarde algemene voorwaarden, en geldt als zelfstandige overeenkomst waarover de aangewezen rechter mag oordelen, inclusief de geldigheid van de hoofdovereenkomst.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
a. zij is aangegaan na het ontstaan van het geschil, of
b. de werknemer, de partij die niet handelt in de uitoefening van beroep of bedrijf dan wel de huurder zich tot de aangewezen rechter wendt.
Rechtspraak over Artikel 108 Rv
Verwijzingen in dit artikel
- Artikel 101Bevoegde rechter bij consumentenovereenkomsten
- Artikel 103Bevoegdheid in zaken betreffende onroerende zaken