Kort uitgelegd
Deze bepaling geeft een bij verstek veroordeelde gedaagde de mogelijkheid om verzet te doen bij exploot van dagvaarding. De termijn is vier weken na betekening van het vonnis of een uitvoeringsakte aan de veroordeelde in persoon, of na een handeling waaruit blijkt dat hij het vonnis of de tenuitvoerlegging kent. Deze termijn is acht weken indien de gedaagde op dat moment geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, maar wel een bekende woon- of verblijfplaats buiten Nederland. In andere gevallen begint de termijn op de dag van tenuitvoerlegging. Wie in het vonnis heeft berust, kan geen verzet meer instellen.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
1De gedaagde die bij verstek is veroordeeld, kan daartegen verzet doen.
2Het verzet moet worden gedaan bij exploot van dagvaarding binnen vier weken na de betekening van het vonnis of van enige uit kracht daarvan opgemaakte of ter uitvoering daarvan strekkende akte aan de veroordeelde in persoon, of na het plegen door deze van enige daad waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging aan hem bekend is. De in de eerste volzin bedoelde termijn is acht weken indien de gedaagde ten tijde van de in de eerste volzin bedoelde betekening of daad geen bekende woonplaats of bekend werkelijk verblijf in Nederland heeft, maar zijn woonplaats of werkelijk verblijf buiten Nederland bekend is.
3Buiten de gevallen bedoeld in het tweede lid vangt de termijn waarbinnen het verzet moet worden gedaan, aan op de dag waarop het vonnis ten uitvoer is gelegd.
4De veroordeelde die in het vonnis heeft berust, kan daartegen niet meer in verzet komen.
Tekst volgens de officiële bron. Alleen de officiële bekendmaking is rechtsgeldig.