Artikel 37 Rv – Procedure van het wrakingsverzoek
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Artikel 37 Rv regelt hoe een verzoek tot wraking van een rechter moet worden ingediend. Het verzoek moet worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden bij de verzoeker bekend zijn geworden, en moet schriftelijk en gemotiveerd gebeuren, al kan het na aanvang van een zitting ook mondeling. Alle feiten en omstandigheden moeten tegelijk worden aangevoerd. Een volgend wrakingsverzoek tegen dezelfde rechter wordt niet behandeld, tenzij het gaat om feiten die pas na het eerdere verzoek bekend werden. Direct na een wrakingsverzoek wordt de behandeling geschorst en onthoudt de betrokken rechter zich van verdere behandeling, tenzij uitstel niet mogelijk is.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.