Artikel 556 Rv – Uitvoering van gedwongen ontruiming
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Artikel 556 Rv bepaalt dat gedwongen ontruiming wordt uitgevoerd door een deurwaarder. Deze kan zich laten bijstaan door een of twee getuigen; hun naam en woonplaats worden vermeld in het proces-verbaal, dat zij mede ondertekenen.
Het college van burgemeester en wethouders zorgt, voor rekening van de executant, voor het meevoeren en opslaan van roerende zaken uit de ontruimde woning. Zaken waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat de rechthebbende daar geen belang bij heeft, mogen meteen worden afgevoerd en vernietigd. De regels uit de Algemene wet bestuursrecht over bestuursdwang zijn van overeenkomstige toepassing. Betaalt de executant niet binnen de door het college gestelde termijn, dan kan het college het verschuldigde bedrag invorderen bij dwangbevel.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.