Artikel 326 Sr – Strafbaarstelling van oplichting
Wetboek van Strafrecht (Sr) · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Artikel 326 Sr stelt oplichting strafbaar: wie met het oogmerk zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen iemand beweegt tot afgifte van een goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld of het teniet doen van een inschuld, door een valse naam of hoedanigheid aan te nemen, door listige kunstgrepen of door een samenweefsel van verdichtsels, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of een geldboete van de vijfde categorie. Wordt het feit gepleegd met het oogmerk een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken, dan wordt de gestelde gevangenisstraf met een derde verhoogd.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.