Artikel 8:119 Awb – Herziening van uitspraken
Algemene wet bestuursrecht (Awb) · Hoofdstuk 8. Bijzondere bepalingen over de wijze van procederen bij de bestuursrechter › Titel 8.6. Herziening · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Artikel 8:119 Awb bepaalt dat de bestuursrechter op verzoek van een partij een onherroepelijke uitspraak kan herzien wegens feiten of omstandigheden die zich vóór de uitspraak hebben voorgedaan, die de verzoeker toen niet kende en redelijkerwijs niet kon kennen, en die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden als de rechter ze eerder had geweten. Op de procedure zijn verschillende titels uit de wet van overeenkomstige toepassing. Het verschuldigde griffierecht is gelijk aan dat van de oorspronkelijke (hoger) beroepsprocedure; wordt de uitspraak herzien, dan betaalt de griffier dit griffierecht terug.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.