Artikel 8:41 Awb – Heffing van griffierecht
Algemene wet bestuursrecht (Awb) · Hoofdstuk 8. Bijzondere bepalingen over de wijze van procederen bij de bestuursrechter › Titel 8.2. Behandeling van het beroep in eerste aanleg › Afdeling 8.2.1. Griffierecht · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Wie beroep instelt bij de bestuursrechter moet griffierecht betalen aan de griffier. De hoogte hangt af van wie het beroep instelt en tegen welk besluit: een lager bedrag voor natuurlijke personen bij besluiten uit de Regeling verlaagd griffierecht, een hoger bedrag voor natuurlijke personen bij andere besluiten, en het hoogste bedrag voor anderen dan natuurlijke personen. Bij samenhangende besluiten of meerdere indieners tegen hetzelfde besluit is eenmaal het hoogste toepasselijke bedrag verschuldigd. Het bedrag moet binnen de gestelde termijn zijn betaald, anders volgt niet-ontvankelijkheid, tenzij de indiener daarvan redelijkerwijs geen verwijt treft of betalingsonmacht aannemelijk is. Bij volledige of gedeeltelijke tegemoetkoming vergoedt het bestuursorgaan het griffierecht; in andere gevallen van intrekking kan het dit geheel of gedeeltelijk vergoeden.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
a. € 54 indien door een natuurlijke persoon beroep is ingesteld tegen een besluit als omschreven in de bij deze wet behorende Regeling verlaagd griffierecht ,
b. € 200 indien door een natuurlijke persoon beroep is ingesteld tegen een ander besluit,
c. € 397 indien anders dan door een natuurlijke persoon beroep is ingesteld.