Artikel 8:16 Awb – Verzoek om wraking
Algemene wet bestuursrecht (Awb) · Hoofdstuk 8. Bijzondere bepalingen over de wijze van procederen bij de bestuursrechter › Titel 8.1. Algemene bepalingen over het beroep in eerste aanleg › Afdeling 8.1.4. Wraking en verschoning van rechters · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Dit artikel regelt hoe en wanneer een verzoek om wraking moet worden ingediend. Het verzoek moet worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden bekend zijn, schriftelijk en gemotiveerd, maar na aanvang van de zitting of het horen van partijen of getuigen mag het ook mondeling. Alle feiten en omstandigheden moeten tegelijk worden aangevoerd. Een volgend verzoek tegen dezelfde rechter wordt niet behandeld, tenzij nieuwe feiten of omstandigheden pas na het eerdere verzoek bekend werden. Bij een verzoek ter zitting wordt het onderzoek geschorst en onthoudt de rechter zich van verdere behandeling, behalve voor beslissingen die geen uitstel dulden.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.