Artikel 1:136 BW
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 8. Huwelijkse voorwaarden › Afdeling 2. Verrekenbedingen › Paragraaf 1. Algemene regels voor verrekenbedingen
1Indien een goed onder aanwending van te verrekenen vermogen is verkregen, wordt het verkregen goed tot het te verrekenen vermogen gerekend voor het aandeel dat overeenkomt met het bij de verkrijging uit het te verrekenen vermogen aangewende gedeelte van de tegenprestatie gedeeld door de totale tegenprestatie. Indien een echtgenoot in verband met de verwerving van een goed een schuld is aangegaan, wordt het goed op de voet van de eerste volzin tot het te verrekenen vermogen gerekend voor zover de schuld daartoe wordt gerekend of daaruit is afgelost of betaald.
2Bestaat tussen de echtgenoten een geschil omtrent de vraag of een goed tot het te verrekenen vermogen wordt gerekend en kan geen van beiden bewijzen dat het goed tot het niet te verrekenen vermogen wordt gerekend, dan wordt dat goed aangemerkt als te rekenen tot het te verrekenen vermogen. Het vermoeden werkt niet ten nadele van de schuldeisers der echtgenoten.
Rechtspraak over Artikel 1:136 BW
49
2024-10-08
2023-05-23
2022-11-22
2022-01-20
2021-04-16
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 1:132Toepassingsgebied verrekenbedingen
- Artikel 1:133Wederkerigheid en omvang verrekenplicht
- Artikel 1:134Uitsluiting van verrekening
- Artikel 1:135Verrekening van inkomsten of vermogen
- Artikel 1:137Wijze van verrekening
- Artikel 1:138Bestuur van goederen en verrekenopgave tussen echtgenoten
- Artikel 1:139Opheffing en schadevergoeding bij verrekenbeding
- Artikel 1:140Betalingsregeling bij verrekenplicht