Artikel 1:238 BW – Raad voor de kinderbescherming
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 13. Minderjarigheid › Afdeling 3. De raad voor de kinderbescherming · niet-officieel opschrift
1Er is één raad voor de kinderbescherming.
2De wet bepaalt de taken en bevoegdheden van de raad voor de kinderbescherming. Deze worden door de raad voor de kinderbescherming namens onze Minister van Justitie uitgevoerd.
3Ten behoeve van de vervulling van zijn taak houdt de raad zich in ieder geval op de hoogte van de ontwikkeling van de kinderbescherming, bevordert hij de samenwerking met de instellingen van kinderbescherming en jeugdhulpverlening en dient hij op verzoek of uit eigen beweging autoriteiten en instellingen van advies.
4Zijn bemoeiingen laten de godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag van de instellingen van kinderbescherming onverlet.
5Bij algemene maatregel van bestuur worden de zetel, de werkwijze, voor zover het de samenwerking met de gecertificeerde instelling, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet , betreft en de organisatie van de raad geregeld.
Rechtspraak over Artikel 1:238 BW
4
2018-09-19
2009-04-29
Verwijzingen in dit artikel
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 1:239Bevoegdheid van de raad voor de kinderbescherming
- Artikel 1:240Inlichtingen aan de raad voor de kinderbescherming
- Artikel 1:241Voorziening in de gezagsuitoefening en voorlopige voogdij
- Artikel 1:241a
- Artikel 1:242Taak van de raad voor de kinderbescherming
- Artikel 1:242aOnderzoek naar omgang bij verdenking van ouderdoding
- Artikel 1:243Kosteloze inlichtingen en bijstand aan de raad