Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

Artikel 1:257 BW – Voorlopige ondertoezichtstelling

Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 14. Het gezag over minderjarige kinderen › Afdeling 4. Ondertoezichtstelling van minderjarigen · niet-officieel opschrift

Kort uitgelegd

Dit artikel geeft de kinderrechter de bevoegdheid om een minderjarige voorlopig onder toezicht te stellen van een gecertificeerde instelling, indien een ernstig vermoeden bestaat dat de grond genoemd in artikel 255 lid 1 is vervuld en de maatregel noodzakelijk is om een acute en ernstige bedreiging voor de minderjarige weg te nemen. Lid twee van artikel 255 is van overeenkomstige toepassing. De kinderrechter bepaalt de duur van dit toezicht op ten hoogste drie maanden en kan de beslissing te allen tijde herroepen.

Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.

1De kinderrechter kan de minderjarige voorlopig onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling indien een ernstig vermoeden bestaat dat de grond, bedoeld in artikel 255, eerste lid , is vervuld en de maatregel noodzakelijk is om een acute en ernstige bedreiging voor de minderjarige weg te nemen.
2Het tweede lid van artikel 255 is van overeenkomstige toepassing. De kinderrechter bepaalt de duur van dit toezicht op ten hoogste drie maanden en kan de beslissing te allen tijde herroepen.

Officiële bron: wetten.overheid.nl · Volledige tekst · Inhoudsopgave

Rechtspraak over Artikel 1:257 BW

276

Verwijzingen in dit artikel

1

Andere artikelen in dit onderdeel

Tekst volgens de officiële bron. Alleen de officiële bekendmaking is rechtsgeldig.