Artikel 1:257 BW – Voorlopige ondertoezichtstelling
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 14. Het gezag over minderjarige kinderen › Afdeling 4. Ondertoezichtstelling van minderjarigen · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Dit artikel geeft de kinderrechter de bevoegdheid om een minderjarige voorlopig onder toezicht te stellen van een gecertificeerde instelling, indien een ernstig vermoeden bestaat dat de grond genoemd in artikel 255 lid 1 is vervuld en de maatregel noodzakelijk is om een acute en ernstige bedreiging voor de minderjarige weg te nemen. Lid twee van artikel 255 is van overeenkomstige toepassing. De kinderrechter bepaalt de duur van dit toezicht op ten hoogste drie maanden en kan de beslissing te allen tijde herroepen.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
Rechtspraak over Artikel 1:257 BW
Verwijzingen in dit artikel
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 1:254Definitie gecertificeerde instelling
- Artikel 1:255Ondertoezichtstelling van minderjarigen
- Artikel 1:256Ondertoezichtstelling van minderjarige asielzoekers
- Artikel 1:258Duur van de ondertoezichtstelling
- Artikel 1:259Vervanging van de gecertificeerde instelling
- Artikel 1:260Verlenging ondertoezichtstelling en bevoegdheid tot verzoek
- Artikel 1:261Opheffing van de ondertoezichtstelling
- Artikel 1:262Taak van de gecertificeerde instelling bij ondertoezichtstelling
- Artikel 1:262a
- Artikel 1:262bGeschillenregeling bij ondertoezichtstelling
- Artikel 1:263Schriftelijke aanwijzing door de gecertificeerde instelling
- Artikel 1:264Vervallenverklaring van een schriftelijke aanwijzing
- Artikel 1:265Intrekking van schriftelijke aanwijzing
- Artikel 1:265aMachtiging tot uithuisplaatsing
- Artikel 1:265bMachtiging tot uithuisplaatsing