Artikel 1:258 BW – Duur van de ondertoezichtstelling
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 14. Het gezag over minderjarige kinderen › Afdeling 4. Ondertoezichtstelling van minderjarigen · niet-officieel opschrift
De duur van de ondertoezichtstelling is, behoudens verlenging als bedoeld in artikel 260 , ten hoogste een jaar. De duur van de voorlopige ondertoezichtstelling komt hierop niet in mindering.
Rechtspraak over Artikel 1:258 BW
81
2025-07-10
2024-06-25
2024-03-19
2023-08-08
Verwijzingen in dit artikel
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 1:254Definitie gecertificeerde instelling
- Artikel 1:255Ondertoezichtstelling van minderjarigen
- Artikel 1:256Ondertoezichtstelling van minderjarige asielzoekers
- Artikel 1:257Voorlopige ondertoezichtstelling
- Artikel 1:259Vervanging van de gecertificeerde instelling
- Artikel 1:260Verlenging ondertoezichtstelling en bevoegdheid tot verzoek
- Artikel 1:261Opheffing van de ondertoezichtstelling
- Artikel 1:262Taak van de gecertificeerde instelling bij ondertoezichtstelling
- Artikel 1:262a
- Artikel 1:262bGeschillenregeling bij ondertoezichtstelling
- Artikel 1:263Schriftelijke aanwijzing door de gecertificeerde instelling
- Artikel 1:264Vervallenverklaring van een schriftelijke aanwijzing
- Artikel 1:265Intrekking van schriftelijke aanwijzing
- Artikel 1:265aMachtiging tot uithuisplaatsing
- Artikel 1:265bMachtiging tot uithuisplaatsing
- Artikel 1:265cDuur van de machtiging tot uithuisplaatsing