Artikel 1:383 BW – Benoeming van de curator
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 16. Curatele · niet-officieel opschrift
a. handelingsonbekwamen;
b. zij ten behoeve van wie een mentorschap is ingesteld;
c. de bewindvoerder van de onder curatele gestelde in de zin artikel 287, derde lid, van de Faillissementswet ;
d. een direct betrokken of behandelend hulpverlener;
e. personen behorende tot de leiding of tot het personeel van de instelling waar de onder curatele gestelde wordt verzorgd of die aan de onder curatele gestelde begeleiding biedt;
f. personen verbonden met de instelling waar de onder curatele gestelde wordt verzorgd of die aan de onder curatele gestelde begeleiding biedt, doordat:
1° de instelling of personen behorende tot de leiding van de instelling, alleen of samen meer dan de helft van de stemrechten in de algemene vergadering van de rechtspersoon kunnen uitoefenen, dan wel meer dan de helft van de bestuurders of van de commissarissen van de rechtspersoon kunnen benoemen of ontslaan,
2° de persoon en de instelling deel uitmaken van een groep in de zin van artikel 24b van boek 2 , of
3° de bestuurder van de rechtspersoon tevens behoort tot de leiding of het personeel van de instelling.
a. zijn verklaring dat hij aan de in het zevende lid bedoelde kwaliteitseisen en verplichtingen voldoet,
b. een verslag van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 , van diens bevindingen over de wijze waarop aan de eisen en verplichtingen wordt voldaan, en
c. een verklaring van de accountant omtrent de balans en staat van baten en lasten, bedoeld in artikel 10 van boek 2 , dan wel, voor zover van toepassing, omtrent de jaarrekening overeenkomstig titel 9 van boek 2 . Artikel 396, zevende lid, van boek 2 is ten aanzien van artikel 393 lid 1 niet van toepassing.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de vorm en de inhoud van de verklaringen en het verslag, alsmede de wijze van overlegging. Toont de persoon aan dat hij in de twaalf maanden voorafgaande aan zijn benoeming de verklaringen en het verslag reeds aan de rechter heeft overgelegd, dan is hij van de overlegging vrijgesteld.
a. zij die een financiële onderneming zijn die ingevolge de Wet op het financieel toezicht het bedrijf van bank mogen uitoefenen,
b. notarissen,
c. gerechtsdeurwaarders,
d. accountants.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de in de vorige zin bedoelde ondernemingen en beroepsbeoefenaren geheel of gedeeltelijk worden vrijgesteld van de in het zevende lid bedoelde eisen inzake de werving, scholing en bedrijfsvoering.
Rechtspraak over Artikel 1:383 BW
Verwijzingen in dit artikel
- Artikel 1:10Woonplaats van natuurlijke en rechtspersonen
- Artikel 1:24bAanvulling en verbetering van akten
- Artikel 1:379Bevoegdheid tot het verzoeken van curatele
- Artikel 1:386Bewind en rekening en verantwoording van de curator
- Artikel 1:393
- Artikel 1:396Vervallen van onderhoudsplicht tussen aanverwanten
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
- Artikel 1:385Overeenkomstige toepassing van bepalingen bij curatele
- Artikel 1:386Bewind en rekening en verantwoording van de curator
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 1:378Gronden voor ondercuratelestelling
- Artikel 1:379Bevoegdheid tot het verzoeken van curatele
- Artikel 1:380Provisionele bewindvoerder bij ondercuratelestelling
- Artikel 1:381Onbekwaamheid en bekwaamheid van de onder curatele gestelde
- Artikel 1:382Bekwaamheid tot familierechtelijke handelingen bij curatele
- Artikel 1:384Einde taak curator bij vernietiging beschikking
- Artikel 1:385Overeenkomstige toepassing van bepalingen bij curatele
- Artikel 1:386Bewind en rekening en verantwoording van de curator
- Artikel 1:387
- Artikel 1:388
- Artikel 1:389Einde van de curatele
- Artikel 1:390Bekendmaking van curatele-uitspraken
- Artikel 1:391Centraal curatele- en bewindregister