Artikel 1:452 BW – Benoeming en keuze van de mentor
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 20. Mentorschap ten behoeve van meerderjarigen · niet-officieel opschrift
a. handelingsonbekwamen;
b. zij ten behoeve van wie een mentorschap is ingesteld;
c. de direct betrokken of behandelend hulpverlener;
d. personen behorende tot de leiding of tot het personeel van de instelling waar de betrokkene wordt verzorgd of die aan de betrokkene begeleiding biedt;
e. personen verbonden met de instelling waar de betrokkene wordt verzorgd of die aan de betrokkene begeleiding biedt, doordat:
1° de instelling of personen behorende tot de leiding van de instelling, alleen of samen meer dan de helft van de stemrechten in de algemene vergadering van de rechtspersoon kunnen uitoefenen, dan wel meer dan de helft van de bestuurders of van de commissarissen van de rechtspersoon kunnen benoemen of ontslaan,
2° de persoon en de instelling deel uitmaken van een groep in de zin van artikel 24b van boek 2 , of
3° de bestuurder van de rechtspersoon tevens behoort tot de leiding of het personeel van de instelling.
a. zijn verklaring dat hij aan de in het zevende lid bedoelde kwaliteitseisen en verplichtingen voldoet,
b. een verslag van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 , dan wel van een door de kantonrechter benoemde deskundige, van diens bevindingen over de wijze waarop aan de eisen wordt voldaan, en
c. een verklaring van de accountant omtrent de balans en staat van baten en lasten, bedoeld in artikel 10 van boek 2 , dan wel, voor zover van toepassing, omtrent de jaarrekening overeenkomstig titel 9 van boek 2 . Artikel 396, zevende lid, van boek 2 is ten aanzien van artikel 393 lid 1 niet van toepassing.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de vorm en de inhoud van de verklaringen en het verslag, de benoeming van de deskundige, alsmede de wijze van overlegging. Toont de persoon aan dat hij in de twaalf maanden voorafgaande aan zijn benoeming de verklaring en het verslag, bedoeld in het zevende lid, onderdelen a en b, reeds aan de rechter heeft overgelegd, dan is hij van de overlegging van de verklaring en het verslag vrijgesteld. Toont de persoon aan dat hij in de 24 maanden voorafgaande aan zijn benoeming de verklaring, bedoeld in het zevende lid, onderdeel c, reeds aan de rechter heeft overgelegd, dan is hij van de overlegging van deze verklaring vrijgesteld.
Rechtspraak over Artikel 1:452 BW
Verwijzingen in dit artikel
- Artikel 1:10Woonplaats van natuurlijke en rechtspersonen
- Artikel 1:24bAanvulling en verbetering van akten
- Artikel 1:393
- Artikel 1:396Vervallen van onderhoudsplicht tussen aanverwanten
- Artikel 1:451Verzoekbevoegdheid tot instelling van mentorschap
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 1:450Instelling van mentorschap
- Artikel 1:451Verzoekbevoegdheid tot instelling van mentorschap
- Artikel 1:453Onbevoegdheid en vertegenwoordiging tijdens mentorschap
- Artikel 1:453aOvereenkomstige toepassing van artikel 246 bij mentorschap
- Artikel 1:454Taak en zorgplicht van de mentor
- Artikel 1:455Aansprakelijkheid voor schulden uit handelen van mentor
- Artikel 1:456Machtiging tot procederen door mentor
- Artikel 1:457Vernietigbaarheid van rechtshandelingen bij mentorschap
- Artikel 1:458Bevoegdheid bewindvoerder niet tevens mentor
- Artikel 1:459Verslaglegging door de mentor
- Artikel 1:460Kosten en beloning van de mentor
- Artikel 1:461Einde van het mentorschap
- Artikel 1:462Einde en verlenging van het mentorschap