Artikel 1:454 BW – Taak en zorgplicht van de mentor
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 20. Mentorschap ten behoeve van meerderjarigen · niet-officieel opschrift
1De mentor is gehouden degene ten behoeve van wie het mentorschap is ingesteld zo veel mogelijk bij de vervulling van zijn taak te betrekken. De mentor bevordert dat de betrokkene rechtshandelingen en andere handelingen zelf verricht, indien deze tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat kan worden geacht. Hij betracht de zorg van een goed mentor.
2De mentor is jegens de betrokkene aansprakelijk, indien hij in de zorg van een goed mentor te kort schiet, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend.
Rechtspraak over Artikel 1:454 BW
9
2022-11-08
2022-02-25
2021-11-04
2021-06-29
2021-06-24
2020-10-20
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 1:450Instelling van mentorschap
- Artikel 1:451Verzoekbevoegdheid tot instelling van mentorschap
- Artikel 1:452Benoeming en keuze van de mentor
- Artikel 1:453Onbevoegdheid en vertegenwoordiging tijdens mentorschap
- Artikel 1:453aOvereenkomstige toepassing van artikel 246 bij mentorschap
- Artikel 1:455Aansprakelijkheid voor schulden uit handelen van mentor
- Artikel 1:456Machtiging tot procederen door mentor
- Artikel 1:457Vernietigbaarheid van rechtshandelingen bij mentorschap
- Artikel 1:458Bevoegdheid bewindvoerder niet tevens mentor
- Artikel 1:459Verslaglegging door de mentor
- Artikel 1:460Kosten en beloning van de mentor
- Artikel 1:461Einde van het mentorschap
- Artikel 1:462Einde en verlenging van het mentorschap