Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

Artikel 1:94 BW – Omvang van de wettelijke gemeenschap van goederen

Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 7. De wettelijke gemeenschap van goederen › Afdeling 1. Algemene bepalingen · niet-officieel opschrift

Kort uitgelegd

Vanaf de huwelijksvoltrekking ontstaat van rechtswege een gemeenschap van goederen. Deze omvat alle bezittingen die de echtgenoten al samen hadden of nadien verkrijgen, behalve erfenissen, legaten, lastbevoordelingen en giften, en bepaalde pensioen- en vruchtgebruikrechten, met specifieke uitzonderingen daarop zoals giften tussen echtgenoten of andersluidende bepalingen bij testament of gift. Goederen en schulden die bijzonder aan één echtgenoot verbonden zijn, vallen slechts in de gemeenschap voor zover die verbondenheid dit toelaat. Vruchten van buiten de gemeenschap vallende goederen blijven eveneens erbuiten. Ook de meeste schulden vallen erin, met vergelijkbare uitzonderingen. Bij onduidelijkheid over eigendom geldt een goed als gemeenschappelijk, behalve tegenover schuldeisers.

Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.

1Van het ogenblik van de voltrekking van het huwelijk bestaat tussen de echtgenoten van rechtswege een gemeenschap van goederen.
2De gemeenschap omvat, wat haar baten betreft, alle goederen die reeds vóór de aanvang van de gemeenschap aan de echtgenoten gezamenlijk toebehoorden, en alle overige goederen van de echtgenoten, door ieder van hen afzonderlijk of door hen tezamen vanaf de aanvang van de gemeenschap tot haar ontbinding verkregen, met uitzondering van:

a. krachtens erfopvolging bij versterf, making, lastbevoordeling of gift verkregen goederen;

b. pensioenrechten waarop de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding van toepassing is, alsmede met die pensioenrechten verband houdende rechten op nabestaandenpensioen;

c. rechten op het vestigen van vruchtgebruik als bedoeld in de artikelen 29 en 30 van Boek 4 , vruchtgebruik dat op grond van die bepalingen is gevestigd, alsmede hetgeen wordt verkregen ingevolge de artikelen 34 , 35 , 36 , 38 , 63 tot en met 92 en 126, eerste lid en tweede lid, onderdelen a en c, van Boek 4 .

3Het tweede lid, aanhef en onderdeel a, is niet van toepassing op:

a. giften van tot de gemeenschap behorende goederen aan de andere echtgenoot;

b. goederen, alsmede de vruchten van die goederen, ten aanzien waarvan bij uiterste wilsbeschikking of bij de gift is bepaald dat zij in de gemeenschap vallen.

4Goederen, alsmede de vruchten van die goederen, ten aanzien waarvan bij uiterste wilsbeschikking of bij de gift is bepaald dat zij buiten de gemeenschap vallen, blijven buiten de gemeenschap, ook al zijn echtgenoten bij huwelijkse voorwaarden overeengekomen dat krachtens erfopvolging bij versterf, making, lastbevoordeling of gift verkregen goederen dan wel de vruchten daarvan in de gemeenschap vallen.
5Goederen en schulden die aan een van de echtgenoten op enigerlei bijzondere wijze verknocht zijn, vallen slechts in de gemeenschap voor zover die verknochtheid zich hiertegen niet verzet.
6Vruchten van goederen die niet in de gemeenschap vallen, vallen evenmin in de gemeenschap. Buiten de gemeenschap valt hetgeen wordt geïnd op een vordering die buiten de gemeenschap valt, alsmede een vordering tot vergoeding die in de plaats van een eigen goed van een echtgenoot treedt, waaronder begrepen een vordering ter zake van waardevermindering van zulk een goed.
7De gemeenschap omvat, wat haar lasten betreft, alle vóór het bestaan van de gemeenschap ontstane gemeenschappelijke schulden, alle schulden betreffende goederen die reeds vóór de aanvang van de gemeenschap aan de echtgenoten gezamenlijk toebehoorden, en alle tijdens het bestaan van de gemeenschap ontstane schulden van ieder van de echtgenoten, met uitzondering van schulden:

a. betreffende van de gemeenschap uitgezonderde goederen;

b. die behoren tot een nalatenschap waartoe een echtgenoot is gerechtigd;

c. uit door een van de echtgenoten gedane giften, gemaakte bedingen en aangegane omzettingen als bedoeld in artikel 126, eerste lid en tweede lid, onderdelen a en c, van Boek 4 .

8Bestaat tussen echtgenoten een geschil aan wie van hen beiden een goed toebehoort en kan geen van beiden zijn recht op dit goed bewijzen, dan wordt dit goed als gemeenschapsgoed aangemerkt. Het vermoeden werkt niet ten nadele van de schuldeisers van de echtgenoten.

Officiële bron: wetten.overheid.nl · Volledige tekst · Inhoudsopgave

Rechtspraak over Artikel 1:94 BW

223

Verwijzingen in dit artikel

7

Andere artikelen in dit onderdeel

Tekst volgens de officiële bron. Alleen de officiële bekendmaking is rechtsgeldig.