Artikel 1:95a BW – Vergoeding voor arbeid ten behoeve onderneming
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 1. Personen- en familierecht › Titel 7. De wettelijke gemeenschap van goederen › Afdeling 1. Algemene bepalingen · niet-officieel opschrift
1Indien een onderneming buiten de gemeenschap valt, komt ten bate van de gemeenschap een redelijke vergoeding voor de kennis, vaardigheden en arbeid die een echtgenoot ten behoeve van die onderneming heeft aangewend, voor zover een dergelijke vergoeding niet al op andere wijze ten bate van beide echtgenoten komt of is gekomen.
2Ook indien een onderneming op naam en voor rekening van een personenvennootschap of een rechtspersoon wordt uitgeoefend, de gerechtigdheid tot die personenvennootschap of die rechtspersoon buiten de gemeenschap valt en de echtgenoot die daartoe is gerechtigd, in overwegende mate bij machte is te bepalen dat de winsten van die onderneming hem rechtstreeks of middellijk ten goede komen, komt ten bate van de gemeenschap een redelijke vergoeding voor de kennis, vaardigheden en arbeid die een echtgenoot ten behoeve van die onderneming heeft aangewend, voor zover een dergelijke vergoeding niet al op andere wijze ten bate van beide echtgenoten komt of is gekomen.
Rechtspraak over Artikel 1:95a BW
16
2026-03-20
2025-10-17
2025-09-17
2024-06-25
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 1:93Afwijking bij huwelijkse voorwaarden
- Artikel 1:94Omvang van de wettelijke gemeenschap van goederen
- Artikel 1:95Vergoedingsrechten bij verkrijging buiten de gemeenschap
- Artikel 1:96Verhaal op gemeenschaps- en privégoederen
- Artikel 1:96aVergoedingsplicht bij begunstiging levensverzekering
- Artikel 1:96bAfwijkende regeling vergoedingen tussen echtgenoten