Artikel 2:159 BW – Benoeming van commissarissen bij ontstentenis
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 2. Rechtspersonen › Titel 4. Naamloze vennootschappen › Afdeling 6. De raad van commissarissen bij de grote naamloze vennootschap · niet-officieel opschrift
1Ontbreken alle commissarissen, anders dan ingevolge het bepaalde in artikel 161a , dan geschiedt de benoeming door de algemene vergadering.
2De ondernemingsraad kan personen voor benoeming tot commissaris aanbevelen. Degene die de algemene vergadering bijeenroept, deelt de ondernemingsraad daartoe tijdig mede dat de benoeming van commissarissen onderwerp van behandeling in de algemene vergadering zal zijn, met vermelding of benoeming van een commissaris plaatsvindt overeenkomstig het aanbevelingsrecht van de ondernemingsraad op grond van artikel 158 lid 6 .
3De leden 6, 7, 8, 10 en 11 van het vorig artikel zijn van overeenkomstige toepassing.
Verwijzingen in dit artikel
2
- Artikel 2:158Raad van commissarissen bij grote vennootschap
- Artikel 2:161aVertrouwensopzegging raad van commissarissen
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 2:152Begrip afhankelijke maatschappij
- Artikel 2:153Opgaaf van toepasselijkheid structuurregeling
- Artikel 2:154
- Artikel 2:155Uitzondering op toepasselijkheid structuurregeling bij internationale deelneming
- Artikel 2:155aUitzondering voor vennootschap met één kapitaalverschaffer
- Artikel 2:156Ontheffing van structuurbepalingen
- Artikel 2:157
- Artikel 2:158Raad van commissarissen bij grote vennootschap
- Artikel 2:160Onverenigbaarheden voor het commissariaat
- Artikel 2:160aSamenstelling bezoldigingscommissie raad van commissarissen
- Artikel 2:161Aftreden, ontslag en schorsing van commissarissen
- Artikel 2:161aVertrouwensopzegging raad van commissarissen
- Artikel 2:162Benoeming en ontslag van bestuurders
- Artikel 2:163
- Artikel 2:164Goedkeuring van bestuursbesluiten door de raad van commissarissen
- Artikel 2:164aNiet uitvoerende bestuurders bij de grote naamloze vennootschap
- Artikel 2:165