Artikel 2:197 BW – Vruchtgebruik en stemrecht op aandelen
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 2. Rechtspersonen › Titel 5. Besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid › Afdeling 2. De aandelen · niet-officieel opschrift
1De bevoegdheid tot het vestigen van vruchtgebruik op een aandeel kan bij de statuten niet worden beperkt of uitgesloten.
2De aandeelhouder heeft het stemrecht op de aandelen waarop een vruchtgebruik is gevestigd.
3In afwijking van het voorgaande lid komt het stemrecht toe aan de vruchtgebruiker, indien dit bij de vestiging van het vruchtgebruik is bepaald of nadien schriftelijk tussen de aandeelhouder en de vruchtgebruiker is overeengekomen en de vruchtgebruiker een persoon is aan wie de aandelen vrijelijk kunnen worden overgedragen. Indien de vruchtgebruiker een persoon is aan wie de aandelen niet vrijelijk kunnen worden overgedragen, komt hem het stemrecht uitsluitend toe, indien dit bij de vestiging van het vruchtgebruik is bepaald of nadien schriftelijk tussen de aandeelhouder en de vruchtgebruiker is overeengekomen, mits zowel deze bepaling als – bij overdracht van het vruchtgebruik – de overgang van het stemrecht is goedgekeurd door een daartoe in de statuten aangewezen orgaan, dan wel – bij ontbreken van zodanige aanwijzing – door de algemene vergadering. Van het bepaalde in de vorige zin kan in de statuten worden afgeweken. Bij een vruchtgebruik als bedoeld in de artikelen 19 en 21 van Boek 4 komt het stemrecht eveneens aan de vruchtgebruiker toe, tenzij bij de vestiging van het vruchtgebruik door partijen of door de kantonrechter op de voet van artikel 23 lid 4 van Boek 4 anders wordt bepaald. Op de in de eerste en tweede zin bedoelde schriftelijke overeenkomst zijn artikel 196a en artikel 196b van overeenkomstige toepassing.
4De aandeelhouder die vanwege een vruchtgebruik geen stemrecht heeft en de vruchtgebruiker die stemrecht heeft, hebben de rechten die door de wet zijn toegekend aan de houders van certificaten van aandelen waaraan vergaderrecht is verbonden. De vruchtgebruiker die geen stemrecht heeft, heeft deze rechten, indien de statuten dit bepalen en bij de vestiging of overdracht van het vruchtgebruik niet anders is bepaald.
5Uit het aandeel voortspruitende rechten, strekkende tot het verkrijgen van aandelen, komen aan de aandeelhouder toe met dien verstande dat hij de waarde daarvan moet vergoeden aan de vruchtgebruiker, voor zover deze krachtens zijn recht van vruchtgebruik daarop aanspraak heeft.
Rechtspraak over Artikel 2:197 BW
2
2016-03-17
Verwijzingen in dit artikel
2
- Artikel 2:196aWerking van levering jegens de vennootschap
- Artikel 2:196bErkenning en betekening van aandelenoverdracht
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
2
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 2:191bInbreng anders dan in geld
- Artikel 2:192Statutaire verplichtingen verbonden aan aandelen
- Artikel 2:192aVervreemding van aandelen bij statutaire verplichtingen
- Artikel 2:193Bevoegdheid tot inning van stortingen op aandelen
- Artikel 2:194Register van aandeelhouders
- Artikel 2:195Aanbiedingsplicht bij overdracht van aandelen
- Artikel 2:195a
- Artikel 2:195b
- Artikel 2:196Notariële akte van uitgifte en levering van aandelen
- Artikel 2:196aWerking van levering jegens de vennootschap
- Artikel 2:196bErkenning en betekening van aandelenoverdracht
- Artikel 2:196c
- Artikel 2:198Pandrecht en stemrecht op aandelen
- Artikel 2:199Aansprakelijkheid voor niet-volgestorte aandelen
- Artikel 2:200
- Artikel 2:201Gelijkheid van aandeelhouders en aandelen
- Artikel 2:201a
- Artikel 2:202Verbod op toonderaandelen