Artikel 2:198 BW – Pandrecht en stemrecht op aandelen
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 2. Rechtspersonen › Titel 5. Besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid › Afdeling 2. De aandelen · niet-officieel opschrift
1Op aandelen kan pandrecht worden gevestigd, indien de statuten niet anders bepalen.
2De aandeelhouder heeft het stemrecht op de verpande aandelen.
3In afwijking van het voorgaande lid komt het stemrecht toe aan de pandhouder, indien dit, al dan niet onder opschortende voorwaarde, bij de vestiging van het pandrecht is bepaald of nadien schriftelijk tussen de aandeelhouder en de pandhouder is overeengekomen en de pandhouder een persoon is, aan wie de aandelen vrijelijk kunnen worden overgedragen. Indien de pandhouder een persoon is aan wie de aandelen niet vrijelijk kunnen worden overgedragen, komt hem het stemrecht uitsluitend toe, indien dit, al dan niet onder opschortende voorwaarde, bij de vestiging van het pandrecht is bepaald of nadien schriftelijk tussen de aandeelhouder en de pandhouder is overeengekomen, mits zowel deze bepaling als – indien een ander in de rechten van de pandhouder treedt – de overgang van het stemrecht is goedgekeurd door een daartoe in de statuten aangewezen orgaan, dan wel – bij ontbreken van zodanige aanwijzing – door de algemene vergadering. Van het bepaalde in de voorgaande twee zinnen kan in de statuten worden afgeweken. Op de in de eerste en tweede zin bedoelde schriftelijke overeenkomst zijn artikel 196a en artikel 196b van overeenkomstige toepassing.
4De aandeelhouder die vanwege een pandrecht geen stemrecht heeft en de pandhouder die stemrecht heeft, hebben de rechten die door de wet zijn toegekend aan de houders van certificaten van aandelen waaraan vergaderrecht is verbonden. De pandhouder die geen stemrecht heeft, heeft deze rechten indien de statuten dit bepalen en bij de vestiging of overgang van het pandrecht niet anders is bepaald.
5Bij de vestiging van het pandrecht kan worden bepaald dat artikel 196a lid 2 buiten toepassing blijft. Alsdan zijn de leden 3 en 4 van artikel 239 van Boek 3 van overeenkomstige toepassing, waarbij erkenning door of betekening aan de vennootschap in de plaats treedt van de in die bepaling bedoelde mededeling.
6Een statutaire regeling ten aanzien van de vervreemding en de overdracht van aandelen is van toepassing op de vervreemding en overdracht van de aandelen door de pandhouder of de verblijving van de aandelen aan de pandhouder, met dien verstande dat de pandhouder alle ten aanzien van vervreemding en overdracht aan de aandeelhouder toekomende rechten uitoefent en diens verplichtingen ter zake nakomt.
Rechtspraak over Artikel 2:198 BW
4
Verwijzingen in dit artikel
2
- Artikel 2:196aWerking van levering jegens de vennootschap
- Artikel 2:196bErkenning en betekening van aandelenoverdracht
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 2:192Statutaire verplichtingen verbonden aan aandelen
- Artikel 2:192aVervreemding van aandelen bij statutaire verplichtingen
- Artikel 2:193Bevoegdheid tot inning van stortingen op aandelen
- Artikel 2:194Register van aandeelhouders
- Artikel 2:195Aanbiedingsplicht bij overdracht van aandelen
- Artikel 2:195a
- Artikel 2:195b
- Artikel 2:196Notariële akte van uitgifte en levering van aandelen
- Artikel 2:196aWerking van levering jegens de vennootschap
- Artikel 2:196bErkenning en betekening van aandelenoverdracht
- Artikel 2:196c
- Artikel 2:197Vruchtgebruik en stemrecht op aandelen
- Artikel 2:199Aansprakelijkheid voor niet-volgestorte aandelen
- Artikel 2:200
- Artikel 2:201Gelijkheid van aandeelhouders en aandelen
- Artikel 2:201a
- Artikel 2:202Verbod op toonderaandelen