Artikel 2:334b BW – Rechtsvormvereisten bij splitsing
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 2. Rechtspersonen › Titel 7. Fusie en splitsing › Afdeling 4. Algemene bepalingen omtrent splitsingen · niet-officieel opschrift
1De partijen bij een splitsing moeten dezelfde rechtsvorm hebben.
2Wordt een verkrijgende rechtspersoon bij de splitsing opgericht, dan moet hij de rechtsvorm hebben van de splitsende rechtspersoon.
3Voor de toepassing van dit artikel worden de naamloze en de besloten vennootschap als rechtspersonen met de zelfde rechtsvorm aangemerkt.
4Bij splitsing van een vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij of stichting kunnen ook naamloze of besloten vennootschappen worden opgericht, mits de splitsende rechtspersoon daarvan bij de splitsing alle aandelen verkrijgt.
5Een ontbonden rechtspersoon mag niet partij zijn bij een splitsing, indien reeds uit hoofde van de vereffening een uitkering is gedaan.
6Een rechtspersoon mag niet partij zijn bij een splitsing gedurende faillissement of surséance van betaling.
7Een splitsende rechtspersoon mag in faillissement of surséance van betaling zijn, mits alle verkrijgende rechtspersonen bij de splitsing opgerichte naamloze of besloten vennootschappen zijn en de splitsende rechtspersoon daarvan bij de splitsing enig aandeelhouder wordt. Indien de splitsende rechtspersoon in faillissement is, kan de curator tot splitsing besluiten en rusten de verplichtingen die ingevolge deze en de volgende afdeling op het bestuur rusten, op de curator; indien de rechtspersoon in surséance van betaling is, behoeft het besluit tot splitsing de goedkeuring van de bewindvoerder. De tweede zin van artikel 334d , artikel 334f lid 2 onderdeel e voor zover het betreft de waarde van het deel van het vermogen dat de splitsende rechtspersoon zal behouden, artikel 334g lid 2 , artikel 334i lid 1 , artikel 334k , artikel 334w en artikel 334ff lid 3 gelden niet in faillissement; de tweede zin van artikel 334d en artikel 334w gelden niet in surséance.
Rechtspraak over Artikel 2:334b BW
1
Verwijzingen in dit artikel
7
- Artikel 2:334dMinimumwaarde verkregen vermogen bij splitsing
- Artikel 2:334fVoorstel tot splitsing
- Artikel 2:334gToelichting en tussentijdse vermogensopstelling bij splitsing
- Artikel 2:334iInlichtingenplicht over wijzigingen in activa en passiva
- Artikel 2:334kZekerheidstelling voor schuldeisers bij splitsing
- Artikel 2:334wVermogenseis bij splitsing
- Artikel 2:334ffBesluitvorming tot splitsing door bestuur
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
2
- Artikel 2:334uVernietiging van de splitsing
- Artikel 2:334kkUitsluiting van bepalingen bij grensoverschrijdende splitsing
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 2:334aZuivere splitsing, afsplitsing en partijen bij splitsing
- Artikel 2:334cGevolgen van splitsing voor de splitsende rechtspersoon
- Artikel 2:334dMinimumwaarde verkregen vermogen bij splitsing
- Artikel 2:334eLidmaatschap of aandeelhouderschap bij splitsing
- Artikel 2:334fVoorstel tot splitsing
- Artikel 2:334gToelichting en tussentijdse vermogensopstelling bij splitsing
- Artikel 2:334hNederlegging en openbaarmaking van splitsingsstukken
- Artikel 2:334iInlichtingenplicht over wijzigingen in activa en passiva
- Artikel 2:334jOvergang van rechtsverhoudingen bij splitsing
- Artikel 2:334kZekerheidstelling voor schuldeisers bij splitsing
- Artikel 2:334lVerzet tegen het splitsingsvoorstel
- Artikel 2:334mBesluit tot splitsing
- Artikel 2:334nAkte van splitsing en inschrijving