Artikel 2:63g BW – Benoeming van commissarissen bij ontbreken
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 2. Rechtspersonen › Titel 3. Coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen › Afdeling 2. De raad van commissarissen bij de grote coöperatie en bij de grote onderlinge · niet-officieel opschrift
1Ontbreken alle commissarissen, dan kunnen de ondernemingsraad en het bestuur personen voor benoeming tot commissaris aanbevelen aan de ledenvergadering. Degene die de algemene vergadering bijeenroept, deelt de ondernemingsraad en het bestuur tijdig mede dat de benoeming van commissarissen onderwerp van behandeling zal zijn.
2De benoeming is van kracht, tenzij de ondernemingsraad binnen twee maanden na overeenkomstig artikel 63f lid 5 in kennis te zijn gesteld van de naam van de benoemde persoon, overeenkomstig artikel 63f lid 6 bij de rechtspersoon bezwaar maakt. Niettegenstaande dit bezwaar wordt de benoeming van kracht, indien de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam op verzoek van een daartoe door de algemene vergadering aangewezen vertegenwoordiger het bezwaar ongegrond verklaart.
3De leden van 10 en 11 van artikel 63f zijn van overeenkomstige toepassing.
Verwijzingen in dit artikel
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 2:63aBegrip afhankelijke maatschappij
- Artikel 2:63bOpgaveplicht grote coöperatie en onderlinge
- Artikel 2:63cTermijn van toepasselijkheid structuurregeling
- Artikel 2:63d
- Artikel 2:63eStatutaire regeling raad van commissarissen
- Artikel 2:63fRaad van commissarissen bij coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij
- Artikel 2:63hOnverenigbaarheid van het commissariaat
- Artikel 2:63iAftreden, ontslag en schorsing van commissarissen
- Artikel 2:63jGoedkeuring van bestuursbesluiten door de raad van commissarissen
- Artikel 2:63k