Artikel 2:63i BW – Aftreden, ontslag en schorsing van commissarissen
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 2. Rechtspersonen › Titel 3. Coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen › Afdeling 2. De raad van commissarissen bij de grote coöperatie en bij de grote onderlinge · niet-officieel opschrift
1Een commissaris treedt uiterlijk af, indien hij na zijn laatste benoeming vier jaren commissaris is geweest. De termijn kan bij de statuten worden verlengd tot de dag van de eerstvolgende algemene vergadering na afloop van de vier jaren of na de dag waarop dit artikel voor de rechtspersoon is gaan gelden.
2De ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam kan op verzoek een commissaris ontslaan wegens verwaarlozing van zijn taak, wegens andere gewichtige redenen of wegens ingrijpende wijziging van de omstandigheden op grond waarvan handhaving van de commissaris redelijkerwijs niet van de rechtspersoon kan worden verlangd. Het verzoek kan worden ingediend door een vertegenwoordiger, daartoe aangewezen door de raad van commissarissen, door de algemene vergadering of door de ondernemingsraad. Artikel 63f lid 11 is van overeenkomstige toepassing.
3Een commissaris kan slechts worden geschorst door de raad van commissarissen. De schorsing vervalt van rechtswege, indien niet binnen een maand na de aanvang der schorsing een verzoek als bedoeld in lid 2 is ingediend bij de ondernemingskamer.
Verwijzingen in dit artikel
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 2:63aBegrip afhankelijke maatschappij
- Artikel 2:63bOpgaveplicht grote coöperatie en onderlinge
- Artikel 2:63cTermijn van toepasselijkheid structuurregeling
- Artikel 2:63d
- Artikel 2:63eStatutaire regeling raad van commissarissen
- Artikel 2:63fRaad van commissarissen bij coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij
- Artikel 2:63gBenoeming van commissarissen bij ontbreken
- Artikel 2:63hOnverenigbaarheid van het commissariaat
- Artikel 2:63jGoedkeuring van bestuursbesluiten door de raad van commissarissen
- Artikel 2:63k