Artikel 3:105 BW – Verkrijgende verjaring door bezit
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 4. Verkrijging en verlies van goederen › Afdeling 3. Verkrijging en verlies door verjaring · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Wie een goed bezit op het moment waarop de verjaring van de rechtsvordering tot beëindiging van dat bezit voltooid wordt, verkrijgt dat goed, zelfs als hij niet te goeder trouw bezat. De regel geldt dus ook voor bezitters die weten dat zij niet rechthebbende zijn. Verloor iemand het bezit vóór dat tijdstip onvrijwillig, maar krijgt hij het daarna terug binnen een jaar na het bezitsverlies, of op grond van een binnen dat jaar ingestelde rechtsvordering, dan wordt hij toch aangemerkt als de bezitter op het beslissende tijdstip, zodat ook hij het goed op die grond verkrijgt.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
Rechtspraak over Artikel 3:105 BW
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:99Verkrijgende verjaring van roerende zaken
- Artikel 3:100Verjaring van nalatenschap in bezit genomen
- Artikel 3:101Aanvang van de verjaringstermijn
- Artikel 3:102Voortzetting van verjaring door opvolger
- Artikel 3:103Onvrijwillig bezitsverlies en verjaring
- Artikel 3:104Stuiting van verjaring van bezitsbeëindigingsvordering
- Artikel 3:106Tenietgaan van beperkt recht door verjaring