Artikel 3:99 BW – Verkrijgende verjaring van roerende zaken
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 4. Verkrijging en verlies van goederen › Afdeling 3. Verkrijging en verlies door verjaring · niet-officieel opschrift
Kort uitgelegd
Artikel 3:99 BW bepaalt dat een bezitter te goeder trouw rechten op roerende zaken die geen registergoed zijn, en rechten aan toonder of order, verkrijgt door een onafgebroken bezit van drie jaren. Voor andere goederen geldt een onafgebroken bezit van tien jaren. Deze regel geldt niet voor roerende zaken die volgens de Erfgoedwet zijn aangewezen als beschermd cultuurgoed of die deel uitmaken van een openbare collectie of van een inventarislijst, mits het bezit pas na die aanwijzing of tijdens dat deel uitmaken is begonnen. Verder kan deze verjaringstermijn niet worden tegengeworpen aan de daarvoor genoemde vorderingen.
Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.
Rechtspraak over Artikel 3:99 BW
Verwijzingen in dit artikel
- Artikel 3:4Bestanddeel van een zaak
- Artikel 3:86aOpeising van cultuurgoederen
- Artikel 3:86bBescherming van cultuurgoederen bij opeising
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:100Verjaring van nalatenschap in bezit genomen
- Artikel 3:101Aanvang van de verjaringstermijn
- Artikel 3:102Voortzetting van verjaring door opvolger
- Artikel 3:103Onvrijwillig bezitsverlies en verjaring
- Artikel 3:104Stuiting van verjaring van bezitsbeëindigingsvordering
- Artikel 3:105Verkrijgende verjaring door bezit
- Artikel 3:106Tenietgaan van beperkt recht door verjaring