Artikel 3:188 BW – Vergoeding van schade door deelgenoten
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 7. Gemeenschap › Afdeling 1. Algemene bepalingen · niet-officieel opschrift
1Tenzij anders is overeengekomen, zijn deelgenoten verplicht in evenredigheid van hun aandelen elkander de schade te vergoeden die het gevolg is van een uitwinning of stoornis, voortgekomen uit een vóór de verdeling ontstane oorzaak, alsmede, wanneer een vordering voor het volle bedrag is toegedeeld, de schade die voortvloeit uit onvoldoende gegoedheid van de schuldenaar op het ogenblik van de verdeling.
2Wordt een deelgenoot door zijn eigen schuld uitgewonnen of gestoord, dan zijn de overige deelgenoten niet verplicht tot vergoeding van zijn schade.
3Een verplichting tot vergoeding van schade die voortvloeit uit onvoldoende gegoedheid van de schuldenaar vervalt door verloop van drie jaren na de verdeling en na het opeisbaar worden van de toegedeelde vordering.
4Indien verhaal op een deelgenoot voor zijn aandeel in een krachtens het eerste lid verschuldigde schadevergoeding onmogelijk blijkt, wordt het aandeel van ieder der andere deelgenoten naar evenredigheid verhoogd.
Rechtspraak over Artikel 3:188 BW
1
2025-04-29
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:176Overgang van aandeel in gemeenschap
- Artikel 3:177Beperkt recht op aandeel in gemeenschap
- Artikel 3:178Vordering tot verdeling
- Artikel 3:179Omvang van de verdeling van een gemeenschap
- Artikel 3:180Verdeling op vordering van een schuldeiser
- Artikel 3:181Benoeming van een onzijdig persoon bij verdeling
- Artikel 3:182Begrip verdeling
- Artikel 3:183Vorm en goedkeuring van de verdeling
- Artikel 3:184Toerekening van schulden bij verdeling
- Artikel 3:185Verdeling door de rechter
- Artikel 3:186Levering en titel bij toedeling
- Artikel 3:187Eigendomspapieren van verdeelde goederen