Officiële bronnenwetten.overheid.nl · EUR-Lex
Europaius

Artikel 3:178 BW – Vordering tot verdeling

Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 7. Gemeenschap › Afdeling 1. Algemene bepalingen · niet-officieel opschrift

Kort uitgelegd

Elke deelgenoot, en ook wie een beperkt recht op een aandeel heeft, kan altijd verdeling van een gemeenschappelijk goed vorderen, tenzij de aard van de gemeenschap of de volgende leden anders meebrengen. Op verlangen van een deelgenoot kan de rechter bij wie een verdelingsvordering aanhangig is, bepalen dat opeisbare gemeenschapsschulden eerst moeten worden voldaan, en kan hij de verdeling telkens voor ten hoogste drie jaren uitsluiten als onmiddellijke verdeling de belangen van een deelgenoot aanmerkelijk zwaarder treft dan zij dient. Is geen vordering aanhangig, dan kan de bevoegde rechter op verzoek van ieder der deelgenoten eenzelfde beslissing geven. Wie bevoegd is verdeling te vorderen, kan die bevoegdheid ook bij overeenkomst uitsluiten, telkens voor ten hoogste vijf jaren.

Begrijpelijke samenvatting. Alleen de tekst van het artikel is juridisch bindend.

1Ieder der deelgenoten, alsmede hij die een beperkt recht op een aandeel heeft, kan te allen tijde verdeling van een gemeenschappelijk goed vorderen, tenzij uit de aard van de gemeenschap of uit het in de volgende leden bepaalde anders voortvloeit.
2Op verlangen van een deelgenoot kan de rechter voor wie een vordering tot verdeling aanhangig is, bepalen dat alle of sommige opeisbare schulden die voor rekening van de gemeenschap komen, moeten worden voldaan alvorens tot de verdeling wordt overgegaan.
3Indien de door een onmiddellijke verdeling getroffen belangen van een of meer deelgenoten aanmerkelijk groter zijn dan de belangen die door de verdeling worden gediend, kan de rechter voor wie een vordering tot verdeling aanhangig is, op verlangen van een deelgenoot een of meermalen, telkens voor ten hoogste drie jaren, een vordering tot verdeling uitsluiten.
4Indien geen vordering tot verdeling aanhangig is, kan een beslissing als bedoeld in de leden 2 en 3 op verzoek van ieder van de deelgenoten worden gegeven door de rechter die ter zake van de vordering tot verdeling bevoegd zou zijn.
5Zij die bevoegd zijn verdeling te vorderen, kunnen hun bevoegdheid daartoe een of meer malen bij overeenkomst, telkens voor ten hoogste vijf jaren, uitsluiten. De leden 3 en 4 van artikel 168 zijn op een zodanige overeenkomst van overeenkomstige toepassing.

Officiële bron: wetten.overheid.nl · Volledige tekst · Inhoudsopgave

Rechtspraak over Artikel 3:178 BW

306

Verwijzingen in dit artikel

1

Artikelen die naar dit artikel verwijzen

2

Andere artikelen in dit onderdeel

Tekst volgens de officiële bron. Alleen de officiële bekendmaking is rechtsgeldig.