Artikel 3:21 BW – Rangorde van inschrijvingen
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 1. Algemene bepalingen › Afdeling 2. Inschrijvingen betreffende registergoederen · niet-officieel opschrift
1De rangorde van inschrijvingen die op een zelfde registergoed betrekking hebben, wordt bepaald door de volgorde der tijdstippen van inschrijving, tenzij uit de wet een andere rangorde voortvloeit.
2Vinden twee inschrijvingen op één zelfde tijdstip plaats en zouden deze leiden tot onderling onverenigbare rechten van verschillende personen op dat goed, dan wordt de rangorde bepaald:
a. ingeval de ter inschrijving aangeboden akten op verschillende dagen zijn opgemaakt: door de volgorde van die dagen;
b. ingeval beide akten op dezelfde dag zijn opgemaakt en het notariële akten, daaronder begrepen notariële verklaringen, betreft: door de volgorde van de tijdstippen waarop ieder van die akten of verklaringen is opgemaakt.
Rechtspraak over Artikel 3:21 BW
3
2016-01-06
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:16Openbare registers voor registergoederen
- Artikel 3:17Inschrijfbare feiten in de openbare registers
- Artikel 3:18Bewijs van ontvangst bij aanbieding ter inschrijving
- Artikel 3:19Tijdstip van inschrijving
- Artikel 3:20Weigering van inschrijving door de bewaarder
- Artikel 3:22Onaantastbaarheid van inschrijving
- Artikel 3:23Beroep op goede trouw bij registergoederen
- Artikel 3:24Tegenwerpbaarheid van niet-ingeschreven feiten
- Artikel 3:25Derdenbescherming bij onjuiste authentieke inschrijving
- Artikel 3:26Tegenwerpen van onjuiste registerfeiten
- Artikel 3:27Rechterlijke verklaring van recht op registergoed
- Artikel 3:28Verklaring van waardeloosheid van inschrijving
- Artikel 3:29Waardeloosverklaring van inschrijving
- Artikel 3:30
- Artikel 3:31Notariële akte bij registergoederen