Artikel 3:28 BW – Verklaring van waardeloosheid van inschrijving
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen › Titel 1. Algemene bepalingen › Afdeling 2. Inschrijvingen betreffende registergoederen · niet-officieel opschrift
1Is een inschrijving waardeloos, dan zijn degenen te wier behoeve zij anders zou hebben gestrekt, verplicht van deze waardeloosheid aan hem die daarbij een onmiddellijk belang heeft, op diens verzoek een schriftelijke verklaring af te geven. De verklaringen vermelden de feiten waarop de waardeloosheid berust, tenzij de inschrijving een hypotheek of een beslag betreft.
2Verklaringen als in lid 1 bedoeld kunnen in de registers worden ingeschreven. Indien de inschrijving een hypotheek of een beslag betreft, machtigen deze verklaringen na inschrijving gezamenlijk de bewaarder tot doorhaling daarvan.
Rechtspraak over Artikel 3:28 BW
57
2026-05-07
2026-02-16
2026-02-10
2026-01-28
2025-08-26
2025-08-19
2025-07-04
2025-07-04
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 3:16Openbare registers voor registergoederen
- Artikel 3:17Inschrijfbare feiten in de openbare registers
- Artikel 3:18Bewijs van ontvangst bij aanbieding ter inschrijving
- Artikel 3:19Tijdstip van inschrijving
- Artikel 3:20Weigering van inschrijving door de bewaarder
- Artikel 3:21Rangorde van inschrijvingen
- Artikel 3:22Onaantastbaarheid van inschrijving
- Artikel 3:23Beroep op goede trouw bij registergoederen
- Artikel 3:24Tegenwerpbaarheid van niet-ingeschreven feiten
- Artikel 3:25Derdenbescherming bij onjuiste authentieke inschrijving
- Artikel 3:26Tegenwerpen van onjuiste registerfeiten
- Artikel 3:27Rechterlijke verklaring van recht op registergoed
- Artikel 3:29Waardeloosverklaring van inschrijving
- Artikel 3:30
- Artikel 3:31Notariële akte bij registergoederen