Artikel 4:124 BW – Recht op vruchten van gelegateerd goed
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 4. Erfrecht › Titel 5. Onderscheiden soorten van uiterste wilsbeschikkingen › Afdeling 2. Legaten › Paragraaf 1. Algemene bepalingen · niet-officieel opschrift
Tenzij de erflater anders heeft beschikt, heeft een legataris aan wie een bepaald goed der nalatenschap of het vruchtgebruik van een zodanig goed, van de gehele nalatenschap of van een aandeel daarin is vermaakt, recht op uitkering van de vruchten van het hem vermaakte die de erfgenamen hebben geïnd nadat zijn vordering opeisbaar is geworden. De rechtsvordering tot uitkering van deze vruchten verjaart door verloop van drie jaren nadat zij zijn geïnd.
Rechtspraak over Artikel 4:124 BW
6
2026-05-12
2024-09-04
2020-07-01
2020-02-05
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 4:117
- Artikel 4:118Overgang van verplichting tot voldoening van legaat
- Artikel 4:119Kennisgeving van het legaat aan de legataris
- Artikel 4:120Vermindering van legaten bij ontoereikende nalatenschap
- Artikel 4:121Vermindering van sublegaten en lasten
- Artikel 4:122Volledige voldoening bij inkorting of vermindering van legaat
- Artikel 4:123Wijziging of opheffing van legaatverplichtingen
- Artikel 4:125Opeisbaarheid van een legaat van een geldsom