Artikel 4:187 BW – Vertrouwen op verklaring van erfrecht
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 4. Erfrecht › Titel 6. Gevolgen van de erfopvolging › Afdeling 1. Algemene bepalingen · niet-officieel opschrift
1Hij die is afgegaan op de in een verklaring van erfrecht vermelde feiten, geldt te dezen aanzien als te goeder trouw.
2Een schuldenaar die, afgaande op de in een verklaring van erfrecht vermelde feiten, heeft betaald aan iemand die niet bevoegd was de betaling te ontvangen, kan aan degene aan wie betaald moest worden, tegenwerpen dat hij bevrijdend heeft betaald.
3Het in de vorige leden bepaalde lijdt uitzondering, indien degene die op de verklaring is afgegaan, wist of door grove nalatigheid niet wist, dat de inhoud van de verklaring niet met de werkelijkheid overeenstemt.
Rechtspraak over Artikel 4:187 BW
7
2025-07-22
2025-07-22
2022-04-25
2016-07-12
2006-08-23
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 4:182Erfopvolging onder algemene titel en schulden
- Artikel 4:183Opvordering van nalatenschapsgoederen
- Artikel 4:184Aansprakelijkheid van erfgenamen voor schulden der nalatenschap
- Artikel 4:185Verhaal op nalatenschap na overlijden
- Artikel 4:186Openbaar boedelregister
- Artikel 4:188Inhoud van de verklaring van erfrecht
- Artikel 4:188aAfgifte Europese erfrechtverklaring
- Artikel 4:189Verkrijging van nalatenschap door de Staat