Artikel 4:219 BW – Indiening vorderingen schuldeisers na verwerping
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 4. Erfrecht › Titel 6. Gevolgen van de erfopvolging › Afdeling 3. Vereffening van de nalatenschap · niet-officieel opschrift
Wanneer de rechter heeft bepaald dat de nalatenschap mede in het belang van de schuldeisers van iemand die haar verworpen heeft, wordt vereffend, kunnen ook deze schuldeisers hun vorderingen indienen. Zij worden in de uitdelingslijst opgenomen, doch slechts batig gerangschikt voor zover een overschot aan hun schuldenaar zou zijn toegekomen, indien deze niet verworpen had; te dien einde kan de vereffenaar voor zoveel nodig verdeling van de nalatenschap vorderen en aan de verdeling deelnemen.
Rechtspraak over Artikel 4:219 BW
4
2017-11-08
2015-03-17
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 4:207Rekening en verantwoording door opvolgend vereffenaar
- Artikel 4:208Benoeming van een rechter-commissaris bij vereffening
- Artikel 4:209Kosteloze vereffening of opheffing bij geringe baten
- Artikel 4:210Toezicht van de kantonrechter op vereffenaars
- Artikel 4:211Taak en bevoegdheden van de vereffenaar
- Artikel 4:212Aansprakelijkheid wegens onttrekking van nalatenschapsgoederen
- Artikel 4:213Vereffening van de ontbonden huwelijksgemeenschap
- Artikel 4:214Oproeping van schuldeisers door vereffenaar
- Artikel 4:215Tegeldemaking van nalatenschapsgoederen
- Artikel 4:216Terugvordering van uitkeringen aan legatarissen
- Artikel 4:217Verrekening en gemeenschap tijdens vereffening
- Artikel 4:218Rekening en verantwoording door vereffenaar
- Artikel 4:220Uitkering na verbindende uitdelingslijst
- Artikel 4:221Verplichtingen van de vereffenaar-erfgenaam
- Artikel 4:222
- Artikel 4:223Uitoefening van vorderingen tijdens vereffening
- Artikel 4:224Verhaal van schuldeisers van een erfgenaam
- Artikel 4:225Opsporing van erfgenamen en einde vereffening
- Artikel 4:226Afgifte van goederen na vereffening