Artikel 5:13 BW – Vondst van een schat
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 5. Zakelijke rechten › Titel 2. Eigendom van roerende zaken · niet-officieel opschrift
1Een schat komt voor gelijke delen toe aan degene die hem ontdekt, en aan de eigenaar van de onroerende of roerende zaak, waarin de schat wordt aangetroffen.
2Een schat is een zaak van waarde, die zolang verborgen is geweest dat daardoor de eigenaar niet meer kan worden opgespoord.
3De ontdekker is verplicht van zijn vondst aangifte te doen overeenkomstig artikel 5 lid 1 onder a. Indien geen aangifte is gedaan of onzeker is aan wie de zaak toekomt, kan de gemeente overeenkomstig artikel 5 lid 1 onder c vorderen dat deze aan haar in bewaring wordt gegeven, totdat vaststaat wie rechthebbende is.
Rechtspraak over Artikel 5:13 BW
5
2026-03-11
Verwijzingen in dit artikel
1
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 5:4Toe-eigening van onbeheerde zaken
- Artikel 5:5Verplichtingen van de vinder van een onbeheerde zaak
- Artikel 5:6Eigendomsverkrijging door de vinder
- Artikel 5:7Overdracht rechtspositie vinder
- Artikel 5:8Bevoegdheden van de burgemeester bij bewaring van zaken
- Artikel 5:9Bewaring van geld door de gemeente
- Artikel 5:10Kostenvergoeding bij opeising van de zaak
- Artikel 5:11Verkoopbevoegdheid burgemeester gevonden zaak
- Artikel 5:12Delegatiebepaling gevonden zaken
- Artikel 5:14Zaaksvorming door natrekking van roerende zaken
- Artikel 5:15Vermenging van roerende zaken
- Artikel 5:16Zaaksvorming uit roerende zaken
- Artikel 5:17Eigendom van vruchten door afscheiding
- Artikel 5:18Verlies van eigendom door prijsgeven
- Artikel 5:19Verlies van eigendom van verwilderde dieren