Artikel 5:20 BW – Omvang van de eigendom van de grond
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 5. Zakelijke rechten › Titel 3. Eigendom van onroerende zaken · niet-officieel opschrift
1De eigendom van de grond omvat, voor zover de wet niet anders bepaalt:
a. de bovengrond;
b. de daaronder zich bevindende aardlagen;
c. het grondwater dat door een bron, put of pomp aan de oppervlakte is gekomen;
d. het water dat zich op de grond bevindt en niet in open gemeenschap met water op eens anders erf staat;
e. gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen en werken, voor zover ze geen bestanddeel zijn van eens anders onroerende zaak;
f. met de grond verenigde beplantingen.
2In afwijking van lid 1 behoort de eigendom van een net, bestaande uit een of meer kabels of leidingen, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie, dat in, op of boven de grond van anderen is of wordt aangelegd, toe aan de bevoegde aanlegger van dat net dan wel aan diens rechtsopvolger.
Rechtspraak over Artikel 5:20 BW
127
2026-05-06
2025-10-01
2025-09-03
2025-04-23
2025-04-09
2025-04-01
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 5:21
- Artikel 5:22Betreden van open erf
- Artikel 5:23Opsporen en wegvoeren van verdwaalde voorwerpen of dieren
- Artikel 5:24Eigendom van onbeheerde onroerende zaken
- Artikel 5:25Eigendom van de zeebodem
- Artikel 5:26Eigendom van de stranden
- Artikel 5:27Vermoeden van eigendom van de Staat
- Artikel 5:28Vermoeden van eigendom openbare zaken
- Artikel 5:29Grensverloop bij water en aanwassing
- Artikel 5:30Vastlegging van de grens bij oeververplaatsing
- Artikel 5:31Vastlegging van de grens
- Artikel 5:32Vordering tot vastlegging van de grens