Artikel 5:21 BW
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 5. Zakelijke rechten › Titel 3. Eigendom van onroerende zaken
1De bevoegdheid van de eigenaar van de grond om deze te gebruiken, omvat de bevoegdheid tot gebruik van de ruimte boven en onder de oppervlakte.
2Het gebruik van de ruimte boven en onder de oppervlakte is aan anderen toegestaan, indien dit zo hoog boven of zo diep onder de oppervlakte plaats vindt, dat de eigenaar geen belang heeft zich daartegen te verzetten.
3De vorige leden zijn niet van toepassing op de bevoegdheid tot vliegen.
Rechtspraak over Artikel 5:21 BW
38
2025-09-16
2025-03-26
2025-01-21
2024-11-13
2024-06-12
2023-05-03
2022-10-05
2022-06-01
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 5:20Omvang van de eigendom van de grond
- Artikel 5:22Betreden van open erf
- Artikel 5:23Opsporen en wegvoeren van verdwaalde voorwerpen of dieren
- Artikel 5:24Eigendom van onbeheerde onroerende zaken
- Artikel 5:25Eigendom van de zeebodem
- Artikel 5:26Eigendom van de stranden
- Artikel 5:27Vermoeden van eigendom van de Staat
- Artikel 5:28Vermoeden van eigendom openbare zaken
- Artikel 5:29Grensverloop bij water en aanwassing
- Artikel 5:30Vastlegging van de grens bij oeververplaatsing
- Artikel 5:31Vastlegging van de grens
- Artikel 5:32Vordering tot vastlegging van de grens
- Artikel 5:33Verplaatsing van de oeverlijn en gebruiksrechten