Artikel 6:268 BW – Verjaring van de ontbindingsbevoegdheid
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 6. Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht › Titel 5. Overeenkomsten in het algemeen › Afdeling 5. Wederkerige overeenkomsten · niet-officieel opschrift
De bevoegdheid tot buitengerechtelijke ontbinding vervalt door verjaring van de rechtsvordering tot ontbinding. De verjaring staat niet in de weg aan gerechtelijke of buitengerechtelijke ontbinding ter afwering van een op de overeenkomst steunende rechtsvordering of andere rechtsmaatregel.
Rechtspraak over Artikel 6:268 BW
24
2026-03-31
2025-08-13
2024-09-18
2024-07-03
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 6:261Begrip wederkerige overeenkomst
- Artikel 6:262Opschortingsrecht bij wederkerige overeenkomsten
- Artikel 6:263Opschorting door de eerst presterende partij
- Artikel 6:264Uitsluiting opschortingsbepalingen
- Artikel 6:265Ontbinding wegens tekortkoming
- Artikel 6:266Ontbinding bij schuldeisersverzuim
- Artikel 6:267Wijze van ontbinding
- Artikel 6:269Werking van ontbinding
- Artikel 6:270Gevolgen van gedeeltelijke ontbinding
- Artikel 6:271Ongedaanmaking na ontbinding
- Artikel 6:272Vergoeding bij onmogelijkheid van ongedaanmaking
- Artikel 6:273Zorgplicht bij ongedaanmaking na ontbinding
- Artikel 6:274Verzuim bij prestatie tijdens dreigende ontbinding
- Artikel 6:275Overeenkomstige toepassing bepalingen vruchten en kosten
- Artikel 6:276Verplichtingen van onbekwame bij ontvangen prestatie
- Artikel 6:277Schadevergoeding bij ontbinding van wederkerige overeenkomsten
- Artikel 6:278Waardeverrekening bij ongedaanmaking
- Artikel 6:279Toepasselijkheid bepalingen wederkerige overeenkomsten bij meer partijen