Artikel 7:270b BW – Indeplaatsstelling bij huur van ligplaats
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 7. Bijzondere overeenkomsten › Titel 4. Huur › Afdeling 5. Huur van woonruimte › Onderafdeling 3. Medehuur en voortzetting van de huur · niet-officieel opschrift
1Indien de huurder van een ligplaats eigenaar is van het op die ligplaats afgemeerde voor bewoning bestemde drijvend object, kan die huurder bij verkoop van dat drijvend object vorderen dat de rechter hem zal machtigen om de koper in zijn plaats als huurder te stellen.
2De rechter beslist met inachtneming van de omstandigheden van het geval, met dien verstande dat hij de vordering slechts kan toewijzen indien de huurder een zwaarwichtig belang heeft bij de indeplaatsstelling en dat hij deze afwijst indien de voorgestelde huurder vanuit financieel oogpunt niet voldoende waarborg biedt voor een behoorlijke nakoming van de huur. De rechter kan aan de machtiging voorwaarden verbinden of daarbij een last opleggen.
3Van deze bepaling kan niet ten nadele van de huurder worden afgeweken.
Rechtspraak over Artikel 7:270b BW
2
2025-11-12
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 7:266Medehuurderschap echtgenoot of partner
- Artikel 7:267Medehuurderschap op verzoek aan de rechter
- Artikel 7:268Voortzetting van de huur door medehuurder
- Artikel 7:268aOverlijden van huurder van ligplaats
- Artikel 7:269Voortzetting van huur na onderhuur
- Artikel 7:270Machtiging tot ruil van woonruimte
- Artikel 7:270aMededelingsplicht bij voortzetting van de huur