Artikel 7:276 BW – Schadevergoeding bij opzegging wegens eigen gebruik of verkoop
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 7. Bijzondere overeenkomsten › Titel 4. Huur › Afdeling 5. Huur van woonruimte › Onderafdeling 4. Het eindigen van de huur · niet-officieel opschrift
1Indien de verhuurder de overeenkomst heeft opgezegd op de grond, bedoeld in artikel 274 lid 1 onder c of h en de vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst is toegewezen dan wel de huurder met de beëindiging heeft ingestemd, is de verhuurder jegens de huurder tot schadevergoeding gehouden, indien de wil om het verhuurde duurzaam in eigen gebruik te nemen respectievelijk te verkopen in werkelijkheid niet aanwezig is geweest.
2Behoudens tegenbewijs wordt die wil geacht niet aanwezig te zijn geweest, indien niet binnen een jaar na het einde van de overeenkomst het verhuurde duurzaam door hem in gebruik is genomen respectievelijk te koop is aangeboden.
3De rechter die een vordering op de grond, bedoeld in artikel 274 lid 1 onder c of h , toewijst, kan op verlangen van de huurder of ambtshalve een bedrag bepalen dat de verhuurder aan de huurder moet betalen, indien later mocht blijken dat de wil om het verhuurde duurzaam in eigen gebruik te nemen respectievelijk te verkopen in werkelijkheid niet aanwezig is geweest, onverminderd het recht van de huurder op verdere schadevergoeding.
4De vordering van de huurder op grond van dit artikel vervalt vijf jaren na het einde van de huurovereenkomst.
5De verhuurder is eveneens tot schadevergoeding gehouden jegens onderhuurders aan wie bevoegdelijk is onderverhuurd of die krachtens artikel 269 bevoegd waren hun overeenkomst met de hoofdverhuurder voort te zetten. De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing.
Rechtspraak over Artikel 7:276 BW
17
2026-04-08
2026-03-17
2026-02-18
2025-02-19
2024-02-27
2024-02-22
2024-02-21
Verwijzingen in dit artikel
2
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 7:271Einde van huur voor bepaalde tijd
- Artikel 7:272Voortduren huurovereenkomst na opzegging
- Artikel 7:273Rechterlijke beslissing over huurbeëindiging
- Artikel 7:274Gronden voor beëindiging van huur
- Artikel 7:274aEigen gebruik bij huisvesting van gehandicapten
- Artikel 7:274bEigen gebruik bij ouderenhuisvesting
- Artikel 7:274cVerhuur aan jongeren als eigen gebruik
- Artikel 7:274dHuur van studentenwoonruimte
- Artikel 7:274eEigen gebruik ten behoeve van promovendus
- Artikel 7:274fEigen gebruik ten behoeve van groot gezin
- Artikel 7:274gEigen gebruik ten behoeve van bloed- of aanverwant
- Artikel 7:275Tegemoetkoming in verhuis- en inrichtingskosten
- Artikel 7:277Opzegging na verlenging van de huurovereenkomst
- Artikel 7:278Einde van onderhuur bij beëindiging hoofdhuur
- Artikel 7:279Ontbinding van de huur wegens gebreken of gevaar
- Artikel 7:280Hersteltermijn voor ontbinding van huur
- Artikel 7:281Ontbinding wegens bestemmingswijziging en schadeloosstelling
- Artikel 7:282Afwijking ten nadele van huurder