Artikel 7:343 BW – Ontbinding van de pachtovereenkomst wegens gebrek
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 7. Bijzondere overeenkomsten › Titel 5. Pacht › Afdeling 6. Verplichtingen van de verpachter · niet-officieel opschrift
1Indien een gebrek dat de verpachter ingevolge artikel 339 niet verplicht is te verhelpen, het genot dat de pachter mocht verwachten geheel onmogelijk maakt, is zowel de pachter als de verpachter bevoegd de overeenkomst op de voet van artikel 267 van Boek 6 te ontbinden.
2Een verplichting van een der partijen tot schadevergoeding ter zake van een gebrek omvat mede de door het eindigen van de overeenkomst ingevolge lid 1 veroorzaakte schade.
Rechtspraak over Artikel 7:343 BW
2
2016-07-19
Verwijzingen in dit artikel
1
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 7:336Verplichting tot terbeschikkingstelling
- Artikel 7:337Gebreken van het verpachte
- Artikel 7:338Onverminderde werking van andere rechten
- Artikel 7:339Verplichting van de verpachter tot herstel van gebreken
- Artikel 7:340Pachtvermindering wegens gebreken
- Artikel 7:341Schadevergoeding wegens gebreken aan het gepachte
- Artikel 7:342Dwingend recht bij gebreken verpachter
- Artikel 7:344Vrijwaring van de pachter door verpachter
- Artikel 7:345Wederopbouwplicht van de verpachter