Artikel 7:344 BW – Vrijwaring van de pachter door verpachter
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 7. Bijzondere overeenkomsten › Titel 5. Pacht › Afdeling 6. Verplichtingen van de verpachter · niet-officieel opschrift
1Wanneer tegen de pachter door een derde een vordering wordt ingesteld tot uitwinning of tot verlening van een recht waarmee het verpachte ingevolge de pachtovereenkomst niet belast had mogen zijn, is de verpachter na kennisgeving daarvan door de pachter gehouden in het geding te komen ten einde de belangen van de pachter te verdedigen.
2De verpachter moet aan de pachter alle door deze vordering ontstane kosten vergoeden, doch, als de kennisgeving niet onverwijld is geschied, alleen de na de kennisgeving ontstane kosten.
3Wanneer tegen de onderpachter een vordering betreffende het ondergepachte wordt ingesteld door de hoofdverpachter, zijn de voorgaande leden van overeenkomstige toepassing op de onderverpachter.
Rechtspraak over Artikel 7:344 BW
2
2021-09-28
2020-07-29
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 7:336Verplichting tot terbeschikkingstelling
- Artikel 7:337Gebreken van het verpachte
- Artikel 7:338Onverminderde werking van andere rechten
- Artikel 7:339Verplichting van de verpachter tot herstel van gebreken
- Artikel 7:340Pachtvermindering wegens gebreken
- Artikel 7:341Schadevergoeding wegens gebreken aan het gepachte
- Artikel 7:342Dwingend recht bij gebreken verpachter
- Artikel 7:343Ontbinding van de pachtovereenkomst wegens gebrek
- Artikel 7:345Wederopbouwplicht van de verpachter