Artikel 7:398 BW – Voortzetting van de overeenkomst na overlijden
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 7. Bijzondere overeenkomsten › Titel 5. Pacht › Afdeling 12. Bijzondere pachtovereenkomsten › Paragraaf 4. Teeltpacht en geliberaliseerde pacht · niet-officieel opschrift
1Een overeenkomst als bedoeld in de artikelen 396 en 397 gaat niet van rechtswege teniet door de dood van de verpachter of van de pachter.
2Na de dood van de pachter zet dan wel zetten diens echtgenoot of geregistreerde partner, een of meer van diens bloed- of aanverwanten in de rechte lijn, een of meer van diens pleegkinderen of iedere medepachter of onderpachter de in lid 1 bedoelde overeenkomst voort, tenzij de verpachter na het overlijden van de pachter schriftelijk wordt medegedeeld dat daarvan wordt afgezien.
3Een mededeling als bedoeld in het tweede lid geschiedt:
a. binnen één maand na het overlijden van de pachter, voor zover het een overeenkomst als bedoeld in artikel 396 betreft;
b. binnen drie maanden na het overlijden van de pachter, voor zover het een overeenkomst als bedoeld in artikel 397 betreft.
Rechtspraak over Artikel 7:398 BW
3
Verwijzingen in dit artikel
2
- Artikel 7:396Uitzonderingen op pachtregels voor los land
- Artikel 7:397Uitzonderingen voor pacht van los land
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
1