Artikel 7:399 BW – Dwingendrechtelijke pachtbepalingen
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 7. Bijzondere overeenkomsten › Titel 5. Pacht › Afdeling 13. Dwingend recht · niet-officieel opschrift
Van de bepalingen van de artikelen 311 tot en met 314 , 317 tot en met 332 , 335 , 345 , 347 , 348 , 350 , 352 lid 3 , 353 , 354 leden 2–5 , 360 tot en met 383 , 384 leden 2 en 3 , 389 lid 2 , 390 tot en met 394 , 395 lid 4 en artikel 396, leden 2 tot en met 4 , en artikel 398 kan niet ten nadele van de pachter worden afgeweken.
Rechtspraak over Artikel 7:399 BW
25
2026-06-16
2025-04-08
2023-06-07
2022-03-10
2022-03-02
Verwijzingen in dit artikel
12
- Artikel 7:311Begrip pacht
- Artikel 7:314Begrip pleegkind
- Artikel 7:317Schriftelijke vastlegging van de pachtovereenkomst
- Artikel 7:332Verhoging van de pachtprijs
- Artikel 7:335Uitsluiting van wijziging van de tegenprestatie
- Artikel 7:345Wederopbouwplicht van de verpachter
- Artikel 7:347Goed pachterschap
- Artikel 7:348Veranderingen aan het gepachte
- Artikel 7:350Vergoeding voor aangebrachte verbeteringen door de pachter
- Artikel 7:352Aansprakelijkheid van de pachter voor schade
- Artikel 7:396Uitzonderingen op pachtregels voor los land
- Artikel 7:398Voortzetting van de overeenkomst na overlijden