Artikel 7:640a BW – Vervaltermijn minimumvakantie
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 7. Bijzondere overeenkomsten › Titel 10. Arbeidsovereenkomst › Afdeling 3. Vakantie en verlof · niet-officieel opschrift
De aanspraak op het minimum, bedoeld in artikel 634 , vervalt zes maanden na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak is verworven, tenzij de werknemer tot aan dat tijdstip redelijkerwijs niet in staat is geweest vakantie op te nemen. Bij schriftelijke overeenkomst kan ten gunste van de werknemer worden afgeweken van de termijn van zes maanden, bedoeld in de eerste zin.
Rechtspraak over Artikel 7:640a BW
100
2026-04-29
2026-03-23
2026-03-16
2026-02-18
2025-06-19
2025-06-18
2025-05-02
Verwijzingen in dit artikel
1
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 7:634Opbouw van vakantieaanspraak
- Artikel 7:635Vakantieopbouw zonder recht op loon
- Artikel 7:636
- Artikel 7:637Ziektedagen aangemerkt als vakantie
- Artikel 7:638Vaststelling van het vakantietijdstip
- Artikel 7:639Loon tijdens vakantie
- Artikel 7:640Afstand van vakantieaanspraak tegen schadevergoeding
- Artikel 7:641Uitkering van niet-genoten vakantie bij einde arbeidsovereenkomst
- Artikel 7:642Verjaring van de vakantieaanspraak
- Artikel 7:643Verlof voor het bijwonen van vertegenwoordigende organen
- Artikel 7:644
- Artikel 7:645Afwijking van vakantiebepalingen