Artikel 8:1820 BW – Verjaring van vorderingen wegens hulpverlening
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 8. Verkeersmiddelen en vervoer › Titel 20. Verjaring en verval › Afdeling 10. Hulpverlening · niet-officieel opschrift
1Een rechtsvordering ter zake van betaling als bedoeld in artikel 551 , onder e , verjaart door verloop van twee jaren, welke termijn begint met de aanvang van de dag waarop de hulpverlening is beëindigd.
2Onverminderd het in artikel 1701 bepaalde kan de in het eerste lid bedoelde termijn worden verlengd door een verklaring van hem die de verjaring kan inroepen, gedaan nadat het feit dat de rechtsvordering heeft doen ontstaan heeft plaatsgehad.
3In afwijking van het eerste lid kunnen rechtsvorderingen tot verhaal op een derde zelfs na afloop van de in dat lid genoemde termijn worden ingesteld gedurende een termijn van drie maanden, te rekenen van de dag waarop degene die een zodanige rechtsvordering tot verhaal instelt ten aanzien van het van hemzelf gevorderde een regeling heeft getroffen of waarop hij te dien aanzien in rechte is aangesproken.
Rechtspraak over Artikel 8:1820 BW
3
2020-01-30
Verwijzingen in dit artikel
2
- Artikel 8:551Begripsbepalingen hulpverlening
- Artikel 8:1701Verlenging van verjarings- of vervaltermijn
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
1