Artikel 8:1830 BW – Verjaring van vorderingen inzake avarij-grosse
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 8. Verkeersmiddelen en vervoer › Titel 20. Verjaring en verval › Afdeling 11. Avarij-grosse · niet-officieel opschrift
1Een rechtsvordering tot berekening en omslag van een avarij-grosse, en die tot benoeming van een dispacheur hiertoe, verjaart door verloop van één jaar.
2De termijn van deze verjaring begint met de aanvang van de dag, volgende op de dag van het einde van de onderneming.
3Indien de avarij-grosse geheel of gedeeltelijk uit hulploon bestaat en de vordering tot betaling van dit hulploon is ingesteld binnen de daarvoor in de artikelen 1820 en 1823 gestelde termijn, doch na verloop van een termijn van negen maanden, beginnende met de aanvang van de dag, volgende op die waarop de in het eerste lid genoemde termijn aanvangt, verjaren de in het eerste lid genoemde rechtsvorderingen door verloop van een termijn van drie maanden, welke termijn begint met de aanvang van de dag, volgende op die waarop de vordering tot betaling van hulploon is ingesteld.
Verwijzingen in dit artikel
2