Artikel 8:572 BW – Zekerheidstelling voor hulploon
Burgerlijk Wetboek (BW) · Boek 8. Verkeersmiddelen en vervoer › Titel 6. Ongevallen › Afdeling 2. Hulpverlening · niet-officieel opschrift
1Degene die krachtens deze afdeling een betaling verschuldigd is, moet op verlangen van de hulpverlener voldoende zekerheid stellen voor hetgeen hij terzake van die betaling verschuldigd is, met inbegrip van rente en kosten.
2Het schip en de andere zaken waaraan de hulp is verleend mogen niet zonder toestemming van de hulpverlener worden verwijderd van de eerste haven of plaats waar zij na beëindiging van de hulpverlening zijn aangekomen, totdat voldoende zekerheid is gesteld voor de in het eerste lid bedoelde betaling.
Rechtspraak over Artikel 8:572 BW
1
Artikelen die naar dit artikel verwijzen
1
Andere artikelen in dit onderdeel
- Artikel 8:560Verplichtingen van hulpverlener en belanghebbenden
- Artikel 8:561Recht op hulploon
- Artikel 8:562Aansprakelijkheid bij hulpverlening
- Artikel 8:563Vaststelling van het hulploon
- Artikel 8:564Bijzondere vergoeding bij milieuschade
- Artikel 8:565Hulploon bij redding van mensenlevens
- Artikel 8:566Gerechtigden tot hulploon
- Artikel 8:567Afstand van aandeel in hulploon
- Artikel 8:568Uitsluiting en vermindering van betaling voor hulpverlening
- Artikel 8:569Vaststelling van hulploon
- Artikel 8:570Verdeling van hulploon en vergoeding
- Artikel 8:571Retentierecht ter zake van hulploon
- Artikel 8:573Voorschot op hulploon
- Artikel 8:574Bewaring van onbeheerde geborgen zaken
- Artikel 8:575Verkoop van bewaarde zaken bij hulpverlening
- Artikel 8:576Eigendomsverkrijging van geborgen zaak
- Artikel 8:577Uitsluiting van zaakwaarneming